is toegevoegd aan uw favorieten.

Koloniale vraagstukken van heden en morgen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FINANCIEELE EN ECONOMISCHE OPMERKINGEN.

van de toestanden in Palembang waren dan ook bevreesd, dat de bevolkingskoffiecultuur gevaar zou loopen op den duur te verdwijnen. Thans blijft ze niet het minst op peil door toepassing eener zeer extensieve cultuur, wat daar voorshands nog mogelijk is, omdat er per belastingplichtige ongeveer 20 bouws (14 H.A.) bebouwbare grond gereserveerd is 1).

Sterker nog wellicht komt het tekort aan deskundige voorlichting bij de inlandsche exportgewassen uit bij de bevolkingsrubbercultuur, waarvan de uitvoerwaarde — alles uit de buitengewesten — over 1926 rond 153 millioen gulden beliep.

Ook daar klacht op klacht over den toestand van den aanplant en de roekelooze wijze van exploiteeren. In het jaarverslag van den Landbouwvoorlichtingsdienst over 1925 vindt men vermeld, dat in de residentie Palembang 14 % van den aanplant niet meer getapt kan worden, aangezien de bast op is.

Als dat op die wijze zou doorgaan, zou Palembang over enkele jaren een zeer groote uitgestrektheid rubberboomen bezitten, die meerdere jaren achtereen geen product zouden kunnen leveren.

De tijd heeft mij ontbroken om aan den toestand in andere gewesten aandacht te schenken, maar ik zie geen enkele reden, waarom het daar beter gesteld zou zijn dan in Palembang. Er is eer aanleiding het tegendeel te onderstellen.

x) Per hoofd van de bevolking is dit cijfer ongeveer 5 bouw, tegenover Java gemiddeld nog geen 0.3 bouw per hoofd of 13^2 bouw d. i. 1 H.A. per grondbezitter.