Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FINANCIEELE EN ECONOMISCHE OPMERKINGEN.

en men voortaan nu op dezelfde wijze ook wel voorzien kan in de behoefte van 300.000 arbeiders.

Onder die uitdrukkelijke voorwaarde mag m.i. van de ondernemers worden verlangd, dat zij op dit punt niet stilzitten; integendeel, de zaak met ernst ter hand nemen.

Ook kan en moet er m.i. iets worden gedaan om verbetering te brengen in de leiding van het groote arbeidsleger van enkele honderdduizenden ter Oostkust.

De Europeesche administrateur en zijn assistenten — lang niet allen Nederlanders, maar van allerlei nationaliteit — weten meestal weinig van den Inlander en zijn gewoonten af. Ook de taal levert groote moeilijkheden op, omdat men naast Chineesche zoowel Soendaneesche als Javasche koelies aantreft en de doorsneeEuropeaan al blij is, zoo hij een mondjevol Maleisch machtig is; wat intusschen voor den inlandschen koelie óók een vreemde taal is.

Te verlangen, dat de Europeesche assistent met zijn ruim 1 o werkuren per dag in een tropisch klimaat ook nog enkele inlandsche talen behoorlijk zal leeren spreken, is vragen om het mannetje uit de maan.

Veel beter is de maatregel te achten, die door een der maatschappijen ter Oostkust genomen werd, om de administrateurs in alle Koelie-aangelegenheden te doen bijstaan door een inlandsch adviseur van goeden huize — in het onderwerpelijke geval de zoon van een patih op Java.

Langs dien weg kan m.i. op den duur menige onaangenaamheid, uit misverstand geboren, worden voorkomen, maar zoo kan ook, bij behoorlijke organisatie

Sluiten