Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paedagogiek aanstonds het criterium voor verspeling van burgerrechten.

Maar nu doet zich deze diskussie op analoge wijze voor in de psychiatrie, in de politika, in wat men wel de „sociale paedagogiek" noemt als samenvatting van een reeks aktiviteiten, waarmede kinderen en volwassenen terzijde gestaan worden bij het tot ontplooiing brengen van hun persoonlijkheid onder bijzondere, meestal ongunstige maatschappelijke omstandigheden, ofwel bij het redresseren van hun persoonlijkheid, wanneer deze door maatschappelijke omstandigheden of tengevolge van eigen gedragingen dreigt vast te lopen in haar ontwikkeling.

De criminologie weert zich tegen de gedachte, dat de loutere jurist of zelfs strafrecht-jurist ipso facto criminoloog zou zijn. Inde diskussie daarover blijkt, dat men ook hier de strijd voert in naam van de menselijke waardigheid, i.c. die van de misdadiger. In de politika wordt de gedachte heftig bestreden, dat b.v. de econoom zou bepalen wat geschieden moet, opdat het beleid aan een konkrete menselijke maatschappij in overeenstemming zij met de menselijke waardigheid; evenmin acht men een dergelijke taak tot de competentie van de socioloog of de jurist te behoren. In de „sociale paedagogiek" valt een dergelijke aftekening der standpunten algemeen te bespeuren, maar het gebied is — wetenschapstheoretisch beschouwd — zo'n ordeloos geheel, dat er niettemin van duidelijke verhoudingen niet gesproken kan worden. In al deze gebieden zien we de toegepaste wetenschappen geïntegreerd in de probleemstellingen en oplossingen der praktische wetenschap enerzijds, terwijl anderzijds de beoefenaar dier praktische wetenschap uit zijn doen, uit zijn „ars", ervaringen put, alsook problemen toegeworpen krijgt, welke hij wetenschappelijk tracht te localiseren en te verstaan. Het is o.a. juist de vrijheid van zijn objekt, die hem praktisch voortdurend machteloos maakt en theoretisch voortdurend uitput. Ook in de praktische wetenschap komt de rede nooit tot rust; zij wordt er van twee zijden niet met rust gelaten: van de zijde van het vrije objekt niet en van de zijde der zuiver-theoretische, speculatieve wetenschappen. Want deze laatste wetenschappen zijn even rusteloos, doordat zij in de

Sluiten