Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WIJ ZELF EN ONS TAALGEBRUIK

DOOR

H. M. J. OLDEWELT

Wanneer ik me bewust ben rozengeur te ruiken en ik dan mijn aandacht uitdrukkelijk richt op wat ik beleef, dan maak ik in mijzelf een louter qualitatief verschijnsel mee dat doortrokken en omwaard is van belevingsnuances, wier optreden met het optreden der geurimpressie zo ten volle identiek is, dat pas bewuste rekenschap, onder variërende accentlegging tijdens het verkennend aftasten hen successievelijk het reliëf geeft, dat hen een voor een naar voren doet komen, en hen zodoende tot een reeks van bewustzijnsinhouden maakt. Een analyse dus, ongeveer zoals men, door de instelling van een microscoop langzaam iets te wijzigen, het praeparaat uiteentrekt tot een w illekeurig aantal lagen die, klaar uittredend uit een vaag milieu, a.h.w. pretentieus een eindelijk erkende zelfstandigheid voorwenden.

Wel kan onze introspectieve rekenschap dit ten dele herroepen door zich telkens opnieuw op de impressie zelf te richten en dan mee te maken, d.w.z. bewust te beleven, in welke vruchtbare zin ze zelf haar herroeping bedoelt als ze formuleert dat geurindruk, bekoord-zijn, ontspanning, kalmering der dadendrift, geïntensiveerde intimiteit met zichzelf en al het verdere dat optreedt (maar door woorden nog minder bezinspeeld kan worden dan de hier genoemden), niet in een relatie tot elkandei staan, b.v. als oorzaak en gevolg, of als samenhang, en wel omdat ze niet die graad van onderlinge zelfstandigheid hebben die termen als „relatie" en „elkander pas zinrijk maakt.

Deze situatietekening is negatief in haar bewoordingen, tracht alleen een mogelijke misvatting te voorkomen, maar kan niet de juiste opvatting brengen, omdat deze niet te vermelden, alleen te beleven is. Feitelijk is „juiste opvatting hier een

Sluiten