Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vatbare lezer ondergaat de aanspraak als inspraak; hij wordt uit het communicatieve verband teruggeroepen naar een sterk persoonlijk beleven. Rhythme, rijm, de gang der klanken, de onverbruiktheid der gekozen woorden, dit alles narcotiseert de medemens in hem die hem naar de signaalwaarde der woorden zou willen lokken. Hij weet zich getuige bij de monoloog van een afgewende en verstaat daarin wat hém te beleven mogelijk is. Zo is de dichter hem tot gids bij een zelf-herkenning van wat hem vreemd en toch vertrouwd is en waaromtrent al weer niet zinrijk gevraagd kan worden of, wat de dichter bewoog datzelfde is dan wel iets anders.

Hem krijgen diens suggesties inhoud naar wat hij vermag te beleven, zoals een dirigent een componist vertolkt, welke weergave de hoorder weer tot zijn mogelijkheden terugvoert en hem dan ook een persoonlijke voorkeur doet hebben, juist als omtrent dichters; een voorkeur die niet te motiveren is omdat deze het onmededeelbare betreft.

Sluiten