Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inlandsche hoofden en van adatinstellingen, die nog langen tijd niet gemist kunnen worden, ondermijnen.

Wat wij nu doen is het veld effenen voor politieke demagogen, opdat hun voet zich straks aan geen steen stooten moge.

Maar wat wij behooren te doen, allereerst in het belang der inheemsche maatschappij zelve, is er zorg voor dragen, dat de inlandsche samenleving als geheel meer ontwikkeld, economisch sterker worde; meer spankracht en meer absorptievermogen verkrijge. Eerst als dat bewerkt is, kan men weer met vrucht verder gaan in de richting, die de laatste jaren gevolgd is geworden.

Inmiddels hebben wij nu reeds eenige jaren te rekenen met het feit, dat er onder de 50 millioen inlanders enkele duizenden personen zijn, die zich geplaatst vinden in een toestand, dat zij een rol te vervullen hebben, die ver uitgaat buiten hunne eigenlijke beteekenis. Die rol is hun als het ware door ons opgedrongen geworden.

Onze diepe vereering voor de liberale democratie uit de 19e eeuw heeft er ons toe gebracht Indië te zegenen met Westersch-politieke vormen, die er van huis uit wel niet thuis hooren, maar die we, toen ze er geïntroduceerd werden, toch bijna allen met open mond, doch overigens eerbiedig, aangegaapt hebben.

Die Westersch-politieke vormen hebben aan de inlandsche samenleving een sterke ontwikkeling van de Pers geschonken, maar ook geleid tot partijwezen, ver-

eenigingsleven, publieke actie, propaganda en

politieke agitatie.

Deze laatste functie viel van nature toe aan de groep

Sluiten