Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of gemiddeld 36 millioen gulden per jaar, zijnde bijna het zuivere uitgavencijfer van de geheele Indische onderwijsbegroting over 1926 (37,5 millioen).

Het overschotcijfer (een aandeel in de algemeene kosten van het landsbestuur is daarbij reeds in rekening gebracht) is feitelijk nog grooter, omdat sommige vennootschappen, die ondernemingen ter Oostkust hebben en daar winsten maken, hare belastingen op Java voldoen.

Maar ook de meer algemeene gegevens van financieelen aard wijzen in die richting.

De Vennootschapsbelasting (zonder de opcenten) bracht in 1926 rond 58 millioen gulden op en het leeuwendeel daarvan komt voor rekening van den ondernemingslandbouw.

En de Inkomstenbelasting, die over hetzelfde jaar 48 millioen opleverde, wordt voor slechts 1/3 gedeelte opgebracht door de inlandsche bevolking. Waar nu de inkomsten van het overige deel der in die belasting aangeslagenen in hooge mate afhangen van den bloei van den ondernemingslandbouw, behoeft niet lang te worden gezocht naar het verband tusschen een gestadige uitbreiding van dien landbouw en het verloop van 's lands middelen.

Ook andere cijfers wijzen op de groote directe en indirecte beteekenis van dezen tak van welvaart.

In millioenen guldens bedroeg de uitvoerwaarde van ondernemingslandbouwproducten in de jaren:

1894 137 millioen.

1902 146 „

Sluiten