is toegevoegd aan uw favorieten.

Koloniale vraagstukken van heden en morgen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gepast was geworden, kon het als gecodificeerd recht evenwel niet langer dan 7 jaren uithouden. In 1879 werd de bedoelde bepaling uit het Politiereglement geschrapt, naar aanleiding eener in 1876 in de Tweede Kamer der Staten Generaal genomen beslissing over de conclusie eener commissie, die over het aangevochten voorschrift advies had uitgebracht.

Die Commissie had evenwel in hare meerderheid niet maar de bloote schrapping van de algemeene bepaling aanbevolen, doch tegelijk als haar oordeel te kennen gegeven, dat de rechtsverhouding tusschen werkgevers en van elders aangevoerde arbeiders bij afzonderlijke verordening behoorde te worden geregeld.

Men begreep destijds zeer goed, dat de gewone civiele rechtsmiddelen ontoereikend moesten worden geacht om redelijke uitvoering van aangegane arbeidsovereenkomsten te waarborgen.

Aan het besluit der Kamer van 1876 werd, zooals gezegd, in 1879 uitvoering gegeven voor zooveel de schrapping aangaat van art. 2 No. 27 van het Algemeen Politiestrafreglement; en in 1880 voor zooveel betreft de afzonderlijke regeling, die noodig geacht werd voor van elders aangevoerde werklieden; dit laatste door uitvaardiging der z.g. koelieordonnantie voor Sumatra's Oostkust.

De algemeene strafbepaling was nu vervallen, hare toepassing voor bijzondere omstandigheden daarentegen in het leven geroepen.

En zoo is het sinds 1880 gebleven; met verruiming, in zoover als later ook voor andere gewesten gelijksoortige ordonnanties tot stand kwamen; met veren-