Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als beroep van den vader aangegeven: schrijver, haltechef, beambte opiumregie, etc.

De ervaring der laatste 20 jaren wijst er op, dat dit niet een op zichzelf staand feit is. Bedroeg in 1909 het aantal leerlingen van alle opleidingsscholen, wier vader bij het bestuur diende in den rang van ass. wedono of hooger, nog 72.3 procent van het totaal, in 1^26 was dit cijfer gedaald tot 44.7 procent*).

Na de reorganisatie dezer scholen werd de toestand in 1927 weer iets beter en steeg het evengenoemde percentage weer tot 55. Of die stijging blijvend zal zijn, meen ik evenwel te moeten betwijfelen, aangezien de gelegenheid tot hoogere opleiding zooveel betere vooruitzichten in het leven roept, dat het geenszins te verwonderen is, dat hoofden, die een ietwat duurdere opleiding bekostigen kunnen, deze ook voor hunne kinderen begeeren. Ten nadeele intusschen van de samenstelling van het korps inlandsche bestuursambtenaren. Een nadeel, dat nog vergroot zou worden, indien met vermindering van gehalte ook nog gepaard zou gaan — gelijk wel eens overwogen schijnt te zijn — vermindering van den tijdsduur, dat de leerlingen der hoofdenscholen in de internaten doorbrengen. Hoe meer de toekomstige bestuursambtenaren buiten de priajiklasse gerecruteerd worden, hoe sterker de noodzakelijkheid hen eenige jaren onder zorgvuldig Europeesch toezicht op te voeden 2).

1) Opgemerkt moet daarbij worden, dat die daling het geringst was bij de zonen van de regenten en de patih's,

2) Die opmerking geldt ook voor andere opleidingen dan die van bestuursambtenaar. Vooral te Soerabaja zal men

Sluiten