Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid te vermelden. De meening dat voor vermeerdering der welvaart de toename van de bevolking eerste vereischte was gold in die tijden algemeen, ook bij hen die niet tot de Mercantilisten kunnen worden gerekend, en zelfs wordt ze nog aangetroffen bij vooraanstaanden in de Physiocratische school, die, gelijk we later zullen zien, tegen de thans behandelde richting principieelen tegenstand bood. 49)

Nog minder is 't geoorloofd om op de debetzijde van het Mercantilisme te schrijven: minachting van den binnenlandschen handel. Zeker, ook een dergelijke stem is wel vernomen. PieterdelaCourt, de vurige verdediger van het tusschenhandelssysteem der Hollandsche geldaristocratie, sprak in dien geest. Wilhelm von Schröder -10), één van het trio representanten, dat het Mercantilisme in de Duitsche landen vond, verduidelijkte zijn meening dat een volk door inlandschen handel niet rijker wordt door te verwijzen naar een met paarlen gestikt kleed, welks kostbaarheid niet afhankelijk is van de plaats waar de paarlen zijn aangebracht. Dat Schröder dwaalde blijkt reeds wanneer men bedenkt dat het voor de waarde van het kleed van veel belang is of de paarlen ter juister plaatse, sierlijk gegarneerd zijn aangebracht, dan wel op één hoop saamvergaderd. Echter mag men deze op zich zelfstaande uitspraken niet als Mercantilistische oordeelvellingen beschouwen. Hoe weinig ze in de algemeene lijn dezer richting liggen, blijkt uit het optreden van den grootmeester Colbert, die door een samenstel van maatregelen Frankrijk's binnenlandschen handel onschatbare diensten bewees.

Als één der kenteekenen van het Mercantilisme wordt in menig geschrift ook vermeld: verwaarloozing van den landbouw.51) Het onjuiste van deze beschuldiging wordt gevoeld, indien men indachtig is aan verschillende dooi ons geschetste regeeringsmaatregelen, waarbij de zorg voor

Sluiten