Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het ligt in den aard der zaak dat ook menige consequentie uit dit verkeerd beginsel getrokken, aan ernstige critiek moet worden onderworpen. Een stelsel, dat met het eigenbelang als uitgangspunt het leven in vaste onverbreekbare wetten wringt, moet lijdelijke berusting prediken. Tegen natuurwetten, welke uitstippelen hoe met ijzeren noodwendigheid de gang van zaken zich zal voltrekken, strijdt men niet. De opvatting die van de overheid eischt dat zij zich van inmenging in het economisch leven onthoudt, moest in dezen kring post vatten en hetgeen door Smith en de zijnen geleeraard werd gaf voedsel aan hen, die op het roepen om overheidshulp tot leniging der maatschappelijke nooden met een „laissez-faire, laissez-aller" antwoordden. Dieper op dit punt in te gaan voegt thans niet, daar een volgend maal deze zgn. Manchesterrichting eene uitvoeriger bespreking wacht.14)

Wel moet ten slotte nog op één karaktertrek der oude school worden gewezen, wanneer wij onder hare hoofdgebreken ook een dor materialisme rekenen. Toen Smith15) aan de economie zijn beroemde verhandeling wijdde, drukte hij op haar aanstonds den materialistischen stempel. Vele getuigen zijn opgestaan, om zoo smadelijke beschuldiging van Smith en in hem van de klassieke school af te wenden. Echter heerscht in dit optreden veel misverstand. Men is toch uitgegaan van de gedachte, alsof de beschuldiging is weerlegd, indien kan worden aangetoond, dat Smith niet alle geloof aan een toekomstig oordeel had afgelegd, dat hij niet zonder meer op ééne lijn kan worden gesteld met de Fransche materialisten Holbach, Helvetiusen Lamettrie. Richard Zeyss16) gaf voor het uitspinnen van dit betoog veel ijver en scherpzinnigheid ten beste, August Oncken17) borduurde verder op dit stramien en zelfs Heinrich Pesch werd door hunne verhande-

Sluiten