Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was het de tijd der epigonen in de volkshuishoudkunde. Slechts weinige grootsche figuren treden op. S t u a r t M i 11 is onder die allen facile princeps, maar door zijne impressionabele, weifelende houding oefende hij niet dien invloed, die men om zijn intellect zou verwachten.

Onder hen die tot grootere glorie der oude school hebben gearbeid, rangschikken wij allereerst James M i 116), die op zijn dagelijksche wandelingen zijn later beroemd geworden zoon in de grondbeginselen der economie onderwees, welke lessen door dezen werden uitgewerkt en tot grondslag strekten van het hoofdwerk van den vader: Elements of political economy. Direct daarop ontmoeten we Mac Cu 11 och'), die zich veel grooter naam heeft verworven. Langen tijd de econoom bij uitnemendheid, de warme lofredenaar der machine, die door de uitgave van Smith en Ricardo's boeken en eene populaire bewerking daarvan in eigen geschriften, veel tot verbreiding van de orthodoxe leer heeft bijgedragen. Bij het opslaan van zijn hoofdwerk worden stoute verwachtingen gewekt, doordien hij op het titelblad Seneca's woord: „Aan niemand heb ik mij geknecht, niemands naam draag ik" tot motto kiest. Wel degelijk heeft hij zich echter aan de klassieke school geknecht. Hoezeer zijn boeken door rijke opgave van materiaal eenige waarde bezitten, slaat hij toch nimmer de vleugelen breed uit en mist hij alle originaliteit.

Die originaliteit kan niet geheel ontzegd worden aan een andere grootheid: William Nassau Senior»). Een ietwat bijzondere positie neemt hij in; niet doordien hij met minder kracht het grondbeginsel der oude school belijdt. Integendeel, hij heeft als weinigen op den weg der reine abstractie en deductie de volkshuishoudkundige regelen een natuurwettelijk karakter pogen te geven. Echter heeft

9

Sluiten