Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de eerste hoofdredacteur van het nog invloedrijke tijdschrift: Le Journal des Économistes.

?A) Hij leefde van 1806—1879, behoorde in zijn jeugd tot den St. Simonistischen kring en heeft voor uitbreiding van het spoorwegnet zeer veel gedaan. Zijn hoofdwerk is Cours d'économie politique, waarvan het derde deel ook zelfstandig onder den titel La monnaie verscheen.

sö) Zie over den indruk dien de Wealth of nations in binnen- en buitenland maakte: John R a e, Life of Adam Smith, Londen, 1895, blz. 357 en vlgg. Het geschrift van Judith Griinfeld, Die leitenden sozial- und wirtschaftsphilosophischen Ideen in den deutschen Nationalökonomie und die Überwindung des Smithianismus bis auf Mohl und Hermann, Weenen, 1913, dankt zijn beteekenis aan de tweede afdeeling, waarin met talrijke citaten de invloed van Smith op de Duitsche wetenschap wordt bewezen.

•%) Uitvoerige beschouwingen over deze drie mannen bij Roscher, Geschichte der Nationaloekonomik in Deutschland, t. a. p.. blz. 608 en vlgg.

37) Hij leefde van 1795—1868, is o.a. bekend als de stichter van de groot-Duitsche partij wier leuze was: „geen Duitschland zonder Oostenrijk". Bij hem vinden we reeds de gedachte, die later door Schaffle en von Mangoldt uitvoeriger is verdedigd, dat in de grondrente slechts moet worden gezien een onderdeel van eene algemeene „Seltenheitspramie."

3®) De naam van R a u (1792—1870) werd niet het minst vermaard door zijn Lehrbuch der politischen Oekonomie, dat AdolpWagner geheel omwerkte.

39) Een der nieuwste studiën over von Thünen (1783—1850) is die van Dr. B u c h 1 e z, Johann Heinrich von Thünen und seine nationalökonomischen Hauptlehren, Bern, 1908. Belangrijke opstellen over hem vindt men eveneens in het in den tekst vermeide ThiinenArchiv. We noemen Thünens erste wirtschaftswissenschaftlicheStudiën in jaargang 1, Jena, 1906. blz. 97 en vlgg.; Entstehung und Wesen der wissenschaftlichen Methode Johann Heinrich von Thünen's in jaargang 2, blz. 511 en vlgg. Eveneens is van belang het opstel Thünen und Thaer in jaargang 1, blz. 548 en vlgg. Het is bekend hoe von Thünen het in T h a e r afkeurtdat deze te eenzijdig en absoluut het vruchtwisselingssysteem boven het grasveldstelsel verheft.

August Werth beweert, in een artikel Albrecht Thaer und Johan Heinrich von Thünen in Zeitschrift für die gesammte Staats-

Sluiten