Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Iets dichter bij de waarheid komt een andere meening, welke echter evenzeer als dwaling moet worden verworpen: sommigen achten het kenmerkende van het staatssocialisme gelegen in het streven om een kleiner of grooter aantal bedrijven aan de leiding van particulieren te onttrekken en door den staat of een zijner organen, als de gemeente, te doen naasten. Slechts door het begrip geweld aan te doen, kan zoodanige gedachte worden voorgestaan. Ongetwijfeld neemt in het optreden der staatssocialisten die overname der bedrijven een belangrijke plaats in, maar toch is het onaannemelijk iedere naasting en exploitatie door staat of gemeente als staatssocialistisch te betitelen.

Langer dan bij deze misvattingen, moet bij een ander punt worden stilgestaan: de verhouding van het staatssocialisme tot het socialisme zonder meer, of de sociaaldemocratie. Daar zijn er, welke oordeelen, dat hier van twee zeer nauw verwante richtingen moet worden gewaagd, terwijl anderen elke gemeenschap uitgesloten achten en spreken van eene onverzoenlijke tegenstelling. In het sociaal-democratisch kamp is over de positie, welke ten aanzien van het staatssocialisme betaamde, een heftig debat gevoerd, dat voor de nadere karakteriseering van dit verschijnsel belangrijke aanwijzingen geeft.

Aanleiding tot dien scherpen strijd, die een tijd lang de gemoederen warm hield, was een artikel door den bekenden Zuid-Duitschen staatsman, den revisionist vonVollmar, geschreven in de Revue bleue van 18 Juni 1892. Hoezeer ook op de verschilpunten tusschen het staatssocialisme en zijn socialisme de aandacht werd gevestigd, oordeelde hij toch dat van scherpen strijd tegen het staatssocialisme geen sprake behoefde te wezen. Er bestond volgens hem voor de sociaal-democratische partij geen enkele reden om met bijzondere heftigheid tegen het staatssocialisme te strijden.

Sluiten