Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwen jaargang van Die neue Zeit enkele punten uit Marx' leven naar voren te brengen. Zoo b.v. N.Z., 29e jaargang, band 1, blz. 4 en vlgg.: Splitter zur Biographie uon Karl Marx en 30e jaargang, band 1: Einiges uon Marx und Liebknecht.

In de lang gevoelde behoefte aan eene vertrouwbare biographie over Marx is voorzien door de in de literatuuropgave van den hoofdtekst vermelde geschriften van Spargo, Mehring en Beer. Het van rijke bronnenvermelding voorziene boek van Mehring schatten wij het hoogst.

Naast het kleine geschrift van Beer kwamen nog enkele van dergelijke boekjes uit: Hermann Müller, Karl Marx, und die Gewerkschaften, Berlijn, 1918; R. Wilbrand t, Karl Marx, Leipzig, 1918. Door K a u t s k y worden ze besproken in het artikel Drei kleine Schriften über Marx, in Archiu für die Geschichte des Sozialismus und der Arbeitersbewegung, 8e jaargang, 1919, blz. 314 en vlgg.

Tegen het geschrift van W i 1 b r a n d t maakt Mehring zijne bezwaren kenbaar in het artikel Eine Episode des Marxismus, in Archiu für die Geschichte des Sozialismus und der Arbeitersbewegung, 8e jaargang, blz. 308 en vlgg.

Een beoordeeling der verschillende biographieën geeft ook Prof. Conrad Schmidt, Marx-literatur in Braun's Archiu, 46e Band, blz. 235 en vlgg.

Over Marx' houding tegenover een speciaal onderwerp handelt: Oscar Blum, Die weltpolitischen Lehrjahre uon Marx und Engels in Braun's Archiu, 44e Band, blz. 530 en vlgg. Zeer ongunstig oordeelt over Marx:JamesGuillaume, Karl Marx pengermaniste et l'association internationale des trauailleurs de 1864 a 1870, Parijs, 1915. Hij ontkent hierin dat de Internationale eene schepping van Marx was; deze is geheel vreemd gebleven aan de voorbereidende werkzaamheden.

21) Zijn dissertatie handelde over E p i c u r u s. Zijn plan om dit geschrift door eene reeks studiën over andere wijsgeeren te doen volgen, voltooide hij niet. Hij verbond zich aan de Rheinische Zeitung en na haar opheffing stichtte hij de Deutsch Französische Jahrbücher, waarvan slechts één enkele aflevering verscheen. Ze bevatte een tweetal artikelen van Marx' hand: zijn Inleiding tot de kritiek der Hegelsche rechtsphilosophie, waaraan de in den tekst opgenomen passages over den godsdienst ontleend zijn en ook een artikel over De jodenkwestie, dat ten vorigen jare in het Hollandsch verscheen. De wereldlijke eeredienst van den Jood wordt hier „het schacheren" genoemd en het geschrift eindigt met deze karakteristieke opmer-

Sluiten