Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordigers zouden aangrijpen elke passende gelegenheid om in den Rijksdag hun „negirenden und protestirenden Standpunkt" te verdedigen, maar dat zij zich zouden onthouden van positieven arbeid daar de politieke strijd toch „blosz ein Scheinkampf, blosz eine Komödie" is. Van „parlamenteln", welks verdediging slechts uit verraad of kortzichtigheid kan voortkomen, heeft het socialisme zich verre te houden.

Hier ontmoeten wij dezelfde geestesstemming als in de negentiger jaren de socialistische beweging ten onzent beheerschte. Op het Groningsche congres in 1893 van den Sociaal-Democratischen Bond werd aangenomen de vermaarde resolutie Hoogezand-Sappemeer, aldus luidende: „De partij besluit onder geene voorwaarde hoegenaamd, ook niet als agitatiemiddel, mee te doen aan de verkiezingen". De voorzichtig gestelde motie van de „parlementairen" kon geen meerderheid erlangen, hoewel slechts matige sympathie aan den politieken arbeid betoond werd in deze gereserveerde zinsneden: „Overwegende dat de sociaal-democratische partij op elk gebied haren strijd moet voeren, die ten doel heeft de ekonomische bevrijding van het proletariaat; overwegende dat het deelnemen aan verkiezingen als propagandamiddel; het zenden van afgevaardigden als zaakgelastigden der partij en het ingrijpen in de wetgeving, mits met strenge handhaving der socialistische beginselen, onze strijdkrachten zullen versterken en die der bourgeoisie zullen verzwakken; besluit het congres voorloopig ook op politiek terrein den klassenstrijd te voeren en door het veroveren van een deel der staatsmacht de sociale revolutie te bevorderen."

Hoogezand-Sappemeer bracht toen de scheiding. De antiparlementaire elementen onder leiding van D o m e 1 a Nieuwenhuis bewogen zich al meer in anarchistische richting, terwijl de door „twaalf apostelen" in 1894 ge-

Sluiten