Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan hen, die hunne afstamming niet met de aangegeven middelen bewijzen konden, werd alles ontnomen. En wie waren de anderen, die thans schier op gelijke lijn met wettige kinderen werden gesteld? Voor een goed deel dezulken, wier ouders feitelijk als man en vrouw leefden en daardoor de kinderen in de gelegenheid stelden om van hunnen staat straks op geldige wijze te doen blijken. In den grond was dit niet anders, zegt Giraud, »que la création d'une sorte de concubinat légal" etc.

Zoo sloot dan het decreet van 2 November 1793 het onderzoek naar het vaderschap, zij het ook slechts stilzwijgend,

uit (1), hierin overeenkomende met het eerste, in de zittino-

ö

van 9 Augustus te voren aangeboden ontwerp van een Burgerlijk Wetboek, dat eveneens, dit echter uitdrukkelijk, »les recherches de la paternité non avouée" verbood (2).

Het tweede ontwerp bepaalde in den titel, die over de afstamming handelde, insgelijks: sla loi n'admet pas la recherche de la paternité non avouée", welke titel door de Conventie in hare zittingen van 16 en 19 Frimaire an III (6 en 9 December 1794) aangenomen werd (3).

Camuacérès, die evenals bij het vorige ontwerp ook hierbij rapporteur was, drong het genoemde beginsel aan, er op wijzende dat men moest sbannir de la législation franpaise 1 odieuse recherche de la paternité"; immers was ook het feit der verwekking scouvert d'une voile impénétrable".

Intusschen lazen, naar het schijnt, niet alle rechters een verbod om naar het vaderschap te onderzoeken reeds in de wet van den 2den Nov. 1793. Léon Giraud schrijft: »on ne

(1) En ook kon Léon GiraüD, t. a. p., bl. 618, schrijven, dat het toch nog was „une prohibition trés restreinte et laissant encore assez large champ a la recherche": etc.

(2) Zie Amiable, t. a. p., bl. 35.

(3) Zie Amiable, t. a. p., bl. 36.

Sluiten