Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan vinden. Maar in de meeste gevallen zal men bij het z.g. nerveuze kind ook in het milieu bepaald getypeerde structuren aantreffen. Een bazige moeder, die het kind beurtelings verwent en slaat, met een ietwat sulligen vader die zeurt en vervelend doet: het kind vlucht ter bevrediging van zijn egocentrische levenshouding nu eens bij den een, dan eens bij de ander; vindt echter bij geen van beiden voldoenden evenwichtigen steun; kleeft dan met bizondere aanhankelijkheid aan den onderwijzer of onderwijzeres; verwend als het is, eischt het straks op grond van deze aanhankelijkheid in de klas te veel; de juffrouw is gedwongen straf uit te deelen aan het kind; het kind voelt zich plotseling geïsoleerd van zijn steunpunt; krijgt een verschrikkelijke driftbui. „Ligt" er nadien in de klas ook „uitEn als de juffrouw nu de situatie niet begrijpt, verspeelt zij op dit oogenblik voorgoed de gelegenheid voor dit neurotische kind iets te beteekenen als compensatie voor het vele, dat het kind in het milieu moet missen.

Het spreekt wel vanzelf, dat de houding van de juffrouw een gansch andere moet zijn ingeval het gezin meewerkt, het milieu goed is, eventueel ook goed voor correctie vatbaar is, dan indien gezin en milieu mede de oorzaak zijn van de afwijkende situatie.

Nu zijn met het oog op de afwijkingen stellig niet alle klassen van de school even belangrijk. De minst belangrijke klassen zijn ten deze de klassen 3 en 4. Dat wil natuurlijk niet zeggen, dat er ook in deze klassen niet allerlei nieuwe verschijnselen zich kunnen openbaren. Vooral verschillende door het milieu verkregen afwijkingen kunnen plotseling een zekere explosie geven ook omstreeks het achtste en negende jaar. Daarbij komt, dat allerlei defecten, naarmate de eischen die de school stelt meer worden, zich ook meer intens kunnen gaan openbaren. Wij denken hier vooral aan de gevolgen van motorische afwijkingen, aan het z.g, schrijf-stotteren en dergelijke.

Maar veel dieper dan in de derde en vierde klas zullen toch in den regel de moeilijkheden ingrijpen in klas 1 en 2 of in de hoogste klassen.

In klas 1 en 2, omdat men daar voor de nieuwe gevallen komt te staan en omdat men daar beleeft de eerste reacties van het kind op de schoolgemeenschap. In klas 5 en vooral in klas 6 en 7, zoo in de periode van het elfde tot het dertiende jaar, leeft het kind in de praepuberteit. Wij zouden van die periode kunnen zeggen: het kind is er permanent „in de schaduw van morgen". Allerlei tot dusver min of meer latent gebleven, ook voor het oog van den deskundige niet herkenbare tendenzen.

Sluiten