Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwakzinnigen met het oog op hun aanpassing aan eenige maatschappelijke taak één van de primaire vragen, hoe het staat met de gewenningsgeschiktheid en met de automatisatie. Wij wijzen er slechts op, hoe de paedologie tot taak heeft juist met het oog op de zwakzinnigenzorg een bepaalde classificatie van de zwakzinnigen te zoeken en te vinden.

Maar nu zijn wij tegelijkertijd reeds bezig met de bespreking van de roeping der paedologie om het individueele geval ons te doen verstaan.

Het is de wetenschappelijke methode om het geheel eerst te classificeeren, maar om dan binnen de grenzen dezer bepaalde classificatie de individueele variaties op hun eigen mérites te waardeeren.

De paedologie als wetenschap heeft tot taak om te komen tot het vaststellen van persoonslijsten en persoonsbeschrijvingen, die geëigend zijn om er het individueele geval door te diagnosticeer en.

Paedologisch onderzoek moet tenslotte veel meer nog bij den zwakzinnige dan bij het normale kind een beeld geven van dien bepaalden zwakzinnige en het mag niet rusten, vóór juist de schijnbare anomalieën binnen het kader van de ééne geteekende persoonlijkheid zooveel mogelijk zijn verklaard. Theoretisch moet het mogelijk zijn, alle anomalieën op te lossen. Practisch zullen wij zoo ver wel niet komen, ten eerste omdat het wel nooit mogelijk zal zijn alle anamnestische gegevens te verkrijgen en ten tweede omdat nu eenmaal geen enkele wetenschap zoo ver komt, dat zij af is.

Is hiermede de rechtstreeksche taak van de paedologie voor de zwakzinnigenzorg in groote trekken geteekend, zij heeft ook een indirecte taak voor de zwakzinnigenzorg, waar zij haar roeping tegenover paedagogiek en didactiek heeft te vervullen.

De opvoeding van den zwakzinnige is er een, die geheel afwijkt van de opvoeding voor het normale kind. Wij bedoelen daarmede allerminst te zeggen, dat de huisopvoeding en de schoolopvoeding voor de normale kinderen aan de wetenschappelijk te stellen eischen beantwoordt. Maar het is nu eenmaal steeds zoo, dat fouten maken tegenover het normale kind niet zoo erg is als tegenover het abnormale. Wanneer er tegenover den sterken mensch duizendmaal gezondigd wordt tegen de eischen der hygiëne, is dat in den regel niet zoo erg als wanneer er jegens een Zwakke of kranke eenmaal een ernstige zonde tegen de eischen der gezondheidsleer wordt begaan. Zoo ook hier.

Sluiten