Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erfenissen van heilige huisjes, zooals het onderwijs in 't algemeen die kent; erfenissen, die vaak al te zeer heilige huisjes zijn.

3. Wij hebben nog te bespreken het buitengewoon belangrijke punt van de beteekenis van de wetenschappelijke psychotechniek voor de zwakzinnigenzorg.

Over de methode, volgens welke de psychotechniek komt aan een antwoord op de vraag, welke psychische functies voor een bepaald vak, een bepaald ambacht, een bepaald beroep vereischt worden, behoef ik hier geen uitvoerige inlichtingen te geven. Hoe belangwekkend dit op zichzelf moge zijn, het valt buiten ons onderwerp.

Genoeg zij het om te zeggen, dat de psychotechniek inderdaad beschikt over een nauwkeurige analyse van de verschillende gewone beroepen en dat nog dagelijks gearbeid wordt om allerlei bepaalde maatschappelijke functies binnen den gezichtskring van dit vak van wetenschap te betrekken.

Psychologisch gezien schijnt de instelling van de psychotechniek tegenover de vraag van de persoonlijkheid een totaal andere dan die van de paedologie. Immers de paedologie gaat uit van de eenheid der persoonlijkheid. De psychotechniek betrekt juist de onderscheidenheid der functies binnen haar gezichtskring. Zij schakelt het ééne uit om het andere naar voren te brengen. De psychotechniek isoleert. Voor de psychotechniek is b.v. niet alleen de handvastheid en de reactiesnelheid, maar b.v. ook het plaatsgeheugen een ding op zichzelve. Een tegenstelling met de paedologie is hier toch slechts in schijn. Zooals gezegd ziet de paedologie de eenheid der persoonlijkheid in zijn bepaald zoo gekleurd zijn, de eenheid van de persoonlijkheid als variatie op een bepaald thema, welk thema anders is dan dat normale, waarmede de zielkunde van het normale kind zich bezighoudt. De psychotechniek ziet den mensch, ook den zwakzinnige, ingebed in en in contact gebracht met het sociale handelingsleven.

Nu openbaart zich het handelingsleven in de maatschappij weer in bepaalde nuanceeringen. De schilder, de timmerman, de metselaar, de slager, de smid en de horlogemaker, zij handelen allen, maar hun handelen is een eigen nuanceering van het totaal van handelingsmogelijkheden. In een geordende maatschappij neemt, naarmate zich die maatschappij meer ontwikkelt, de nuanceeringsvariatie toe. Vooral het komen van de machine heeft het aantal variabele mogelijkheden ontzaglijk uitgebreid. Merkwaardig is dan ook, dat de psychotechnische gecompliceerd-

Sluiten