Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inzake de opleiding van onderwijzers, wil spreker hem gaarne bijvallen. Trouwens het zal den heer de Boer niet ontgaan zijn, dat spreker ook voor die opleiding veel strengere normen wil stellen.

Wat het paedagogisch register betreft, er ligt in deze gedachte veel goeds, hoewel spreker bang is voor al te veel registers, waardoor de kans niet gering wordt, dat men zijn taak weer mechanisch gaat opvatten en denkt genoeg gedaan te hebben, wanneer men maar de kinderen in een juist loketje heeft geplaatst. Overigens zou spreker het toejuichen, wanneer er regelmatig contact zou kunnen zijn tusschen de opeenvolgende onderwijzers aan een school in den geest als door den heer de Boer bedoeld.

Dr. H. G. H a m a k e r vraagt hierna het woord, niet om in debat te treden of vragen te stellen over punten die hem niet duidelijk waren, maar voor een spontane uiting van instemming, waaraan hij behoefte heeft. Het is te veel gewoonte, dat men de waardeering van een voordracht maar aan de voorzitter overlaat. Spreker heeft er behoefte aan zelf uit te spreken hoe zeer hij van deze voordracht genoten heeft.

Prof. W a t e r i n k heeft in een voortreffelijk duidelijke vorm als het ware een uiteenzetting gegeven van hetgeen spreker's eigen waarneming, studie en bezinning hem in 25 jaren heeft geleerd. Hij zou het zelf vermoedelijk zoo goed niet hebben kunnen zeggen en wil daarom Prof. W a t e r i n k hartelijk dank zeggen en spreekt de hoop uit op meer contact en mogelijke samenwerking in de toekomst.

Spreker dankt Dr. Hamaker voor zijn woorden en sluit zich bij zijn wenschen gaarne aan.

G. J. Brouwer. Wat beginnen wij met die toch nog wel normale leerlingen, die niettemin bedreigd worden door ernstige opvoedingsfouten, als de ouders van deze leerlingen niet ontvankelijk blijken te zijn voor meer inzicht in hun kind en zich zelf, waardoor correctie van dezen leerling uitgesloten wordt?

Stelling p. geeft hierop het antwoord, terwijl Prof. W. dit nog heeft aangevuld met de opmerking, dat we te dien aanzien nog in een overgangstoestand verkeeren.

Spreker zou nog gaarne van Prof. W. een nadere toelichting hebben.

Spreker antwoordt, dat de heer Brouwer inderdaad een uiterst moeilijke situatie aanraakt. Wanneer de opvoedingsfouten van de ouders van zoo ernstigen aard zijn, dat bepaald

Sluiten