Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De betrekking tor ons onderwerp ontstaat, wanneer wij tegenover elkaar stellen, de mens, die een positie poogt te verwerven, welke hem ongeacht de arbeid, die hij ervoor moet verrichten, het maximum aan bestaanszekerheid biedt, en de mens, die de arbeid zoekt, welke hem in verband met zijn voorkeur, karakter en aanleg de meeste kans biedt zijn talenten in zijn werk te ontplooien.

En wij kunnen deze laatste ook stellen tegenover de mens, wien de welvaart boven alles gaat en die er alles voor over heeft, ook de arbeid, die hem het meest past en bevrediging geeft, om de nieuwste snufjes der techniek, b.v. een televisietoestel en een ijskast, tot zijn eigendom te maken.

Ik hoop, dat de betroffen firma's zullen verstaan, dat ik slechts voorbeelden gaf. Maar wat ik vooral hoop, is, dat men zal doorzien, dat een ascese ten behoeve van de arbeid, zoals hierboven bedoeld, geen cultuurvertraging geeft, maar uiteindelijk de noodzakelijke voorwaarde is voor de toekomst onzer cultuur en o.a. voor de televisietoestellen.

Het vraagstuk betreft echter niet alleen de individuele mens. Het doet zich met name voor aan hen, die leiding moeten geven aan de ontwikkeling van de arbeid en aan de industrialisatie. Zij staan bij hun initiatieven niet zozeer voor een keuze tussen twee mogelijkheden, als wel voor het sluiten van een compromis tussen welvaart en bestaanszekerheid enerzijds en de ontplooiing van de arbeidsvormen anderzijds.

Maar bedoelt de industrialisatie dan niet juist arbeid te vinden voor een overvloed van mensen? Zeker, maar de vraag is, hoe wij zoeken, wat wij vinden, en welke normen wij aanleggen.

Ik ben er diep in mijn hart van overtuigd, dat wij op dit punt ver afgedwaald zijn, dat wij b.v. vergeleken met de situatie van 400 jaar geleden in een slop geraakt zijn. Er zou overvloed van arbeid moeten zijn, in de techniek en op andere cultuurgebieden. Want de schepping, waarin God ons geplaatst heeft, biedt nog talloze mogelijkheden van ontginning en ontplooiing. Maar de mens, die zichzelf in het middelpunt geplaatst heeft, ziet ze niet meer zodat hij met economische maatstaven gewapend krampachtig poogt de arbeidsgelegenheid gelijke tred te laten houden met het aanbod van arbeidspotentiëel.

Onze nood, waaruit het probleem van de industrialisatie geboren is, en die in t algemeen een kenmerk onzer cultuurcrisis is, is niet, dat wij bijna geen kans hebben een bestaansminimum te handhaven - wij zijn daar ver boven uit — maar onze nood is, dat wij de weg niet meer weten te vinden naar de schatten van waarlijk zinvolle arbeid.

Men zal zeggen, dat dit een hypothese is. Het is meer dan dat, n.1. een overtuiging. (Ik denk hier aan de werkloosheid in de dertiger jaren en ook aan de vrije tijdsbesteding.) Het is mede de overtuiging, dat wij - wij allen — in de cirkel gevangen zijn, dat wij niet goed gericht zijn in het zoeken naar

Sluiten