Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schikt voor zijn, dit op hun arbeidsprestaties en arbeidsvreugde een gunstige invloed heeft.

U voelt dus wel, dat ik op dit punt wil concluderen, dat we zekpr nog niet aan het eind van onze onderzoekingen zijn, maar dat we wel kunnen zeggen, dat het zwaartepunt van de gevaren veel meer ligt in de typische groepsvorming in de industrie, dan in, wat we gewoonlijk noemen de monotonie van de arbeid. Deze is wel van betekenis voor bepaalde individuen, maar zij is niet het zwaartepunt. Het accent ligt in het vormen van deze groep in dit nieuwe milieu.

Natuurlijk, de industrie kan grote invloed hebben. Vooral in buurten als de Noord Veluwe, waar de mensen nog lange tijd feodaal leefden; — waar de jongens het nog deden, tot hun vijfentwintigste jaar, met een kwartje zakgeld, — en daar komt ineens een nieuwe fabriek, waar ze veertig a vijftig gulden verdienen, die vader nooit in zijn zak had. Dan komen er veranderingen. En als ze in de fabriek jonge mensen ontmoeten, die niet naar de catechisatie gaan, die het niet zo nauw nemen met de Kerk en eens om de dominee lachen en die schelden op de godsdienst enzovoorts, en die het bovendien met de zedelijkheid niet zo nauw nemen, dan breekt daar natuurlijk wat in hun levensgang. Maar het is niet, dat zeg ik met nadruk, de industrie qua talis. Ik verzeker U, dat wanneer U vijfhonderd Delftse studenten een jaar lang op de manier, waarop ze gewoon zijn te leven, liet'wonen in Hierden of in een ander dorpje daar op de Noord Veluwe, dit ook een geweldige invloed zou hebben op de sociaal-psychologische structuur van de bevolking.

Nu is het onjuist om te menen, dat de sociaal-psychologische problemen met dit gezegde besproken zijn. Er is nog een ander sociaal-psychologisch vraagstuk, waarop ik nu graag komen wil. Dat is het vraagstuk van de leiding. Dit probleem is een van de allergrootste op sociaal-psychologisch gebied. De sociaal-psychologische positie van de ingenieur is van een totaal ander karakter dan alleen maar, dat hij verantwoordelijk is voor tekeningen en ontwerpen of voor de wijze, waarop het product wordt gecontroleerd. De ingenieur heeft een leidende positie ook sociaal-psychologisch. Het grote probleem in de industrie is niet: hoe moet de arbeider zoveel mogelijk onttrokken worden aan de kwade invloeden van de industrie, maar: hoe moeten we aan de arbeider in deze groep die leiding geven, die verantwoord en goed is. Hét probleem is, ook in de groep: het leidersprobleem. Ik bedoel met de leiding niet alleen die van de hoofddirecteur of bedrijfsingenieur, maar het leiderschap gezien als functievervulling, van de hoofddirecteur tot aan de onderbaas en de bandchef, over de hele linie. Willen we de vraagstukken, waarmee we op dit ogenblik bezig zijn, ooit tot een oplossing brengen, dan moeten we op het leiderschap in de volle zin de nadruk leggen. Ik verbaas me weieens, dat, veelmeer dan velen buiten het bedrijfsleven weten, de leiding van de grote bedrijven en ook de leiding op het tweede of derde plan

Sluiten