Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid, terwijl de andere drie genoemde eigenschappen niet altijd daartoe behoeven te horen. We moeten dus onderscheiden tussen eigenschappen die in de aanleg gegeven zijn en die welke in de loop van het leven door bepaalde omstandigheden en door een bepaalde levensloop ontwikkeld zijn. We noemen deze eigenschappen respectievelijk primair en secundair. Volgens H e y m a n s, wiens karakterindeling we nog uitvoerig zullen bespreken, behoren tot de eerste de temperaments-eigenschappen. Volgens Adler zijn vrijwel alle karaktereigenschappen een gevolg van de ontwikkeling en niet van de aanleg.

We moeten ons dus steeds afvragen: waaróm vertoont deze man die en die eigenschap? Bij het intellect heeft deze vraag veel minder zin dan bv. bij verlegenheid, wreedheid of neiging tot impulsieve reacties. De genoemde 4 eigenschappen zijn dus daarom niet gelijksoortig of gelijkwaardig omdat er één primair is en van de andere is dit niet zeker. Neiging tot impulsieve reacties kan primair zijn, in de aanleg gegeven, bv. bij driftige naturen, maar kan ook secundair zijn, een gevolg van moeheid, actuele conflicten of anderszins.

2e. Vormen deze eigenschappen een eenheid of zijn ze toevallig samen bij deze man of vrouw aan te treffen?

Deze vraag stoot door naar het diepere probleem van de eenheid van de menselijke persoonlijkheid en houdt zich bezig met de kwestie van de samenhang der eigenschappen. Is bv. iemand die verlegen is, ook altijd wreed, of is deze combinatie toevallig? Is ze niet toevallig, hoe moet men dan deze diepere samenhang zien en hoe moet men haar op het spoor komen?

. Voor het naspeuren van dergelijke samenhangen zijn nu verschillende methoden denkbaar.

a. De statistische methode. Deze is toegepast door H e y m a n s, wiens karakterindeling ik reeds noemde. Men probeert dan door enquêtes of op andere wijze een inzicht in de vraag van het al of met vaak voorkomen van bepaalde eigenschap-

Sluiten