Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijds het leven, dat de overgave wil, dat zich wil verliezen in het oneindige.

In elke mens bestaat de spanning tussen deze drang tot zelfbehoud en de drang tot overgave. De eerste leidt tot het geestelijk-abstracte denken en willen, waarin het ik als bewuste activiteit de hoofdrol speelt, de ander wordt gevoed door het passieve streven tot verzinken, tot zich vergeten en zich verliezen, tot de opheffing van het bewustzijn in de slaap.

Inderdaad is in ieder leven deze twee-eenheid te vinden. In 't slapengaan overwint de passieve zijde, is er een overgave aan de moederlijke levensvorm, in 't ontwaken en 't opstaan komt de activiteit en de wil tot macht weer opnieuw tot ontplooiing.

We hebben gezien aan welke zijde Klages' sympathieën staan. In feite is zowel 't onvermogen tot overgave in de slaap als het onvermogen tot activiteit in 't bewuste leven een teken van gestoord zieleleven.

Alle verschillen in het karakter zijn volgens Klages terug te voeren tot de wisselende verhouding in de beide richtingen (overgave en zelfhandhaving).

Hieraan ontleent hii dan ook een principe tot indeling van de drijfveren.

Aan de ene zijde staan de drijfveren die voortkomen uit de drang tot zelfovergave, tot loslaten van de psychische kracht, aan de andere die welke voortvloeien uit de drang tot zelfhandhaving. Beide worden verdeeld naar een geestelijke, een persoonlijke of een zinnelijke tendens (zie ook Rümke, blz. 113), ongeveer overeenkomend met de indeling' van de sferen in vitale, psychische en geestelijke sfeer.

Klages tracht dus niet alleen een statische beschrijving te geven aan de verschillende sferen der persoonlijkheid, maar hij laat zich hierin de motorische kracht ontwikkelen, de beweging die in deze sferen tot uiting komt en die de persoonlijkheid voortstuwt.

De drijfveren moeten echter onderscheiden worden van de driften. We spreken immers wel van een geslachtsdrift, maar niet van een geslachts-

Sluiten