is toegevoegd aan uw favorieten.

Karakterkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Langzamerhand treedt hij dan meer in contact met de omgeving. Wij moeten echter wel bedenken dat deze omgeving voor hem een totaal andere wereld is dan voor ons. De kamer is niet een bepaalde ruimte in het huis, maar de omgeving zelf, in zekere zin de „wereld", maar dan ook weer een totaal andere „wereld" dan voor ons.

Er is voor hem nog geen duidelijke onderscheiding tussen datgene wat hijzelf is en datgene wat de „wereld" is. Hij maakt geen scheiding tussen subject en object, en is daarin ook niet „zichzelf". Zijn arm of been is aanvankelijk evenzeer een object als de rammelaar, de beleving van een actief en creatief „ik" is wel zeer ver van hem verwijderd. En van een min of meer duidelijke voorstelling van de plaats van dat „ik" temidden van de wereld is wel in het geheel geen sprake.

Merkwaardig is echter de reactie van het nog zeer jonge kind op het menselijk gelaat. Men huldigt veelal de opvatting dat het vooral de bewegingen van het gelaat zijn, die de opmerkzaamheid van de baby tot zich trekken, en die een duidelijke lust- of onlustreactie uitlokken, resp. een lachen of een huilen. Het is echter vooral eigenaardig dat het kind juist door de levende gelaatsexpressie zo geboeid wordt. Het kind voelt dan, volgens Scheler, door een aangeboren gave deze levensuiting anders aan dan bv. een beweging van een rammelaar of iets dergelijks. Ofschoon hij bv. nooit heeft kunnen ervaren dat een boos gezicht ook klappen of iets dergelijks betekent, begint hij toch te huilen wanneer men hem dreigend aanziet. Dit alles bewijst dat het kind weliswaar niet denkt, maar toch door zijn gevoel reeds zeer veel dingen verstaat en de betekenis ervan „begrijpt", zonder er door de ervaring mee in kennis gebracht te zijn.

Dit is wel een sterk argument, dat bewijst, dat men een „laboratoriumkind" niet als maat voor deze dingen kan nemen, en dat ook het zeer jonge kind reeds een „sociaal" wezen is.

Ook hier blijkt dan dat bv. een vergelijking met hogere dieren niet opgaat. Practisch zijn deze veel beter toegerust dan een éénjarig kind; hun instinc-