is toegevoegd aan uw favorieten.

Karakterkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dwingen zij hem vaak een glimlach af, maar voor de jeugdige ontdekkingsreiziger is er een voortdurende verruiming van het gezichtsveld. Deze verruiming is voorlopig echter nog gebonden aan de waarneming. Een voorstelling van iets dat bestaat en zich uitstrekt achter de eigen ruimte waarin het leeft, is nog niet aanwezig. Het kind leeft daarom in een kleine sfeer rondom hemzelf heen, het is in zijn beleving zichzelf nog tot centrum van alles; wat hij niet bereiken kan, bestaat niet voor hem.

Wanneer later de spraak vorderingen maakt, is de mogelijkheid gegeven tot verruiming van het plaats- en tijdsbewustzijn. Er begint voor het kind een bepaalde structuur op te treden in de gegeven wereld om hem heen. Vader en moeder treden naar voren uit de grote rij der mensen, die het kind omgeven. Hun gestalte krijgt een andere waarde en een andere nadruk in het steeds wisselend beeld der ervaringen. Het leert de dingen ook anders bezien, ook deze krijgen hun eigen bijzondere vreemde, ofwel hun eigen vertrouwde karakter. Het onderscheid werkt stimulerend op de waarneming van de wereld. Het gegevene is niet meer gegeven zonder meer, maar wordt voor het kind met affect beladen. Het voelt zich door het nieuwe aangetrokken, maar tegelijk leert het de angst kennen voor het andere. De onbevangenheid waarmede het alles tegemoettrad maakt langzamerhand plaats voor vrees of blijdschap.

Dit alles is nauw verbonden met de ontwikkeling van het spreken. Stelt men zich met M ü 11 e rFreienfels op vitalistisch standpunt, dan kan men zijn uitspraak waarderen, dat het leren van de taal niet maar toevallig samenvalt met dat van het lopen en het zinvol hanteren der dingen. In het tweede levensjaar wordt de taal een middel, dat entelechisch, doelmatig, is verbonden met de andere middelen tot beheersen van de objecten. De taal geeft de mogelijkheid door namen de objecten te beheersen en ze door begrippen makkelijker te ordenen en te hanteren. Zij geeft voorts het kind een middel in de hand om met de andere mensen