Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het verspreid zijn van de hoofdinspecteurs over het land in menig opzicht aanbeveling verdient. Maar dat behoort bij het territoriale, stelsel.

Uit het instellen van vak-hoofdinspecteurs vloeit ook voort, dat, gelijk wordt voorgesteld, alleen ann den hoofdinspecteur, belast met het toezicht op de handhaving van de wettelijke bepalingen betreffende besmettelijke ziekten, de maandelijksche opgaven van de in elke gemeente overledenen zullen worden gezonden. Terwijl thans ieder hoofdinspecteur ze slechts voor een deel des lands ontvangt, en de rapporten dus beter kan overzien.

Voorts dit. Thans bepaalt art. 17, dat de hoofdinspecteurs bevoegd zijn de voorzitters van de gezondheidscommissiën in hun ambtsgebied of enkelen van hen tot eene bespreking bijeen te roepen. Dus kan voor elk deel des Rijks slechts één hoofdinspecteur die voorzitters doen bijeenkomen, en is eventueel het aantal voorzitters tamelijk beperkt.

De Minister stelt nu voor de woorden : „in hun ambtsgebied of enkelen van hen" te schrappen. Dus zullen dienvolgens alle hoofdinspecteurs alle voorzitters van gezondheidscommissiën samen kunnen roepen. Wat de N. Rott. Ct. tot de opmerking bracht, dat men zoodoende heele congressen krijgt, tenzij — die vergaderingen achterwege blijven. Uiteraard is dan ook door vele voorzitters heel wat grooter reis te maken.

De Regeering wil voorloopig drie vak-hoofdinspecteurs (een medischen, een pharmaceutischen en een woning-hoofdinspecteur). Ad art. 14 wordt opgemerkt; „Het is echter niet ondenkbaar, dat later b.v. voor de hygiëne van water, bodem en lucht (men denke slechts aan de verontreiniging van openbare wateren) of voor het toezicht op de levensmiddelen (een wettelijke regeling wordt reeds lang gevraagd) een afzonderlijke tak van dienst gemaakt moet worden, wanneer de werkzaamheden te veel zijn toegenomen."

De N. Rott. Ct. vreest niet ten onrechte, dat dit „de tegenstrijdige adviezen, de competentie-geschillen en de moeilijkheid van overleg met de gemeentebesturen" nog vermeerderen zal.

Maar tevens ducht zij, — en het uit de Memorie van toelichting aangehaalde geeft daarvoor wel grond, — dat de aanstelling van vak-hoofdinspecteurs tot uitbreiding van de

Sluiten