Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar xvenscht de Minister éóne commissie van voorlichting, dan lijkt weer vreemd, dat zij, gelijk wordt voorgesteld, zal kunnen bestaan uit slechts drie leden. Eu naarmate men meer het maximum (zeven) nadert, worden de kosten tehooger. Want de hoofdinspecteurs vallen, naar het voorstel, als gewone leden uit liet college.

Thans staat in art. 12, dat de leden van den gezondheidsraad zich op de hoogte houden van den staat der volksgezondheid. De Minister heeft gevoeld, dat dit niet blijven kon voor een lichaam, dat een zuiver wetenschappelijk karakter draagt. Maar, als stelde hij er prijs op, zoo min mogelijk te schrappen, is de bepaling slechts aldus gewijzigd, dat de heeren zich op de hoogte moeten houden van den stand der vraagstukken betreffende de volksgezondheid. Zoo weten zij dan wat zij moeten bestudeeren : geen theologie of letteren, hetzij klassieke, hetzij nieuwe, — maar den stand der vraagstukken op het gebied der hygiëne.

Toch ware het wellicht voor dit college van advies van meer belang geweest, als de Minister het ambtelijk in verband met de practijk had gebracht.

Wijders is, zooals werd opgemerkt, vreemd, voor dit wetenschappelijk college van advies Utrecht als zetel aan te wijzen. Waarom niet den Haag?

Ja, liet is wellicht weder een bewijs van het bedenkelijke om in de bestaande wet een veelszins ander systeem te voegen, dat de plaats van vestiging wèl voor den centralen gezondheidsraad trots zijnen veranderden werkkring is bepaald, en niet voor de hoofdinspecteurs, hoezeer de reden, waarom dit in het bestaande stelsel onmogelijk was, daar de hoofdinspecteurs respectievelijk op verschillende plaatsen gevestigd moesten zijn en hun aantal niet bepaald was, — thans vervallen zou.

Ditzelfde — de nawerking van het vroegere stelsel — geldt het behoud van de bepaling in art. 4. dat de leden en de buitengewone leden van den centralen gezondheidsraad bevoegd zijn in het Rijk alle openbare gebouwen, scholen en andere tot het geven van onderwijs bestemde lokalen, kinderbewaarplaatsen, gestichten van liefdadigheid, weeshuizen, herbergen, logementen, slaapsteden, fabrieken, werkplaatsen, magazijnen, winkels, gevangenissen, ziekeninrichtingen, badhuizen — en voor zoover dit noodig is voor de handhaving van de wetten en verorde-

Sluiten