Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ambtsbroeders worden afgeschrikt en het tot stand komen der Maatschappij alzoo door deze onderteekening zeer zal worden bemoeijelijkt".

Deze woorden wekten bij alle leden van het Bestuur een gevoel van smart en verontwaardiging. Daarop is door eene commissie uit het Bestuur eene samenspreking gehouden met Groen en met Ds. van Rhijn, waarvan het gevolg was, dat de laatste de onmisbaarheid van Gkoen's onderteekening erkende, maar meende verplicht te zijn thans zijnen naam aan het stuk te onthouden. Dit feit teekent den tijd en den strijd, waarin en waaronder Christelijk-Nationaal is ontstaan.

Laat mij thans bij enkele gedenkwaardige dagen van crisis in haar leven Uwe welwillende aandacht enkele oogenblikkez? bepalen.

Drie momenten zijn er in de geschiedenis onzer vereeniging geweest, die belangrijke verschillen hebben uitgelokt. Op de Algemeene Vergadering in 1869, te Utrecht gehouden, ontstond het scherpe debat tusschen Dr. Kuijper en Dr. Beets over het woord Christelijke in art. 23 der wet op het lager onderwijs.

De Hoofdcommissie had o.a. als wijziging in de schoolwet voorgesteld: „in art. 23 valt het woord Christelijke weg". In de discussie over dit voorstel beweerde Dr. Kuijper : „De tegenwoordig overheerschende staatsidee is satanisch, is principieel valsch, kan niet bekeerd, maar moet vernietigd worden". Dr. Beets, verontwaardigd over deze stelling, noemde het gebruik van het woord satanisch in dit verband demonisch. In den scherpsten vorm trad hier de strijd in het licht, die, ten opzichte van het onderwijs, van het ontstaan onzer Vereeniging af gevoerd was tusschen Groen van Prinsterer en zijne confessioneele vrienden eenerzijds ende ethisch-irenischen aan den anderen kant.

De onderstelling, waarop Groen in zijne openingsrede met eenig vertrouwen meende te mogen rekenen „dat er tusschen de confessioneele en de ethisch-irenischc rigting geen wezenlijk

Sluiten