Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huisgenoot, den achterkleinzoon van Bilderdijk, als zoodanig hadden ontvangen. De kleédij wijst op den tijd om 1800; de haardracht schijnt met dien tijd en met den persoon te strooken: het haar stond Bilderdijk tot laag op het voorhoofd ingeplant, en sinds zijn verblijf in Engeland droeg hij zijn „eigen haar weer, maar rond". Dit „rond" is echter niet ten volle duidelijk, de beschrijving, B.'s Eerste Huw. 269, doelt ook op de in het Gedenkboek 1906 pl. I te vinden miniaturen van 1796, waarop die haardracht toch anders is dan hier — doch men vergelijke, wat hij B.E.H. t.a.p. verder zegt over het „gaan, als een fransche Carmagnole, met sluik zwart en nu gantsch vergrijsd hair", vóór namelijk Schweickhardt den hoogen „poeiertax" voor hem betaalde, waardoor hij Bilderdijk gepoederd kon afbeelden voor Catharina Rebekka, en anderen. Er werden ook in dezen en den onmiddellijk voorafgaanden tijd vele portretten van B. gemaakt; Van belang is, wat B. er over opmerkte in een brief aan zijn schoonzuster (Gedenkboek 1906, 417). Het zou dus kunnen zijn, dat wij hier een even ouder portret in handen hadden gekregen; ook al denken wij de beschadiging, die aan de uitdrukking van het gelaat kwaad heeft gedaan, weg, den „Carmagnole met sluik haar" kan het blijven voorstellen. Bij het „onnoozel uiterlijk" dat hij in 1797, schrijvend aan zijn schoonzuster, ook met de andere haardracht in verband bracht, denk ik echter aan de Londensche portretjes: lo. om de „geëmigreerde Fransche priesters", die men er in zien wou; 2o. omdat mevrouw Elter het door haar zuster in 1796 ontvangene moet gekend hebben (vgl. voor den omgang der zusters Gedenkboek 419) en over die „andere, op de reise gemaakt", niet oordeelen, alléén iets gelooven kon. Het zou ten slotte ook een nog wat jonger afbeelding kunnen zijn, uit den tijd, dat hij Engeland voorgoed had verlaten, en in Duitschland teruggekeerd was.

Maar ik ben niet geneigd, het veel later te stellen. En dat om een ander gegeven, dat ik nog te bespreken heb, als aanwijzing, dat dit portret wel terdege Bilderdijk voorstelt: het vogeltje aan een wit lint, dat den afgebeelde op de borst hangt. Dat is iets heel bijzonders. De ridderorden waren in dezen tijd bij lange na niet zoo algemeen als thans, en bij lieden van burger-

Sluiten