Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

flumina Threicia sustinuisse lyra: saxa Cithaeronis Thebas agitata per artem spon te sua in muri membra coisse ferunt: 45 quin etiara, Polypheme, fera Galatea sub Aetna ad tua rorantes carmina flexit equos: miremur, nobis et Baccho et Apolline dextro,

turba puellarum si mea verba colit? quod non Taenariis domus est mihi fulta columnis, 50 nee camera auratas inter eburna trabes, nee mea Phaeacas aequant pomaria silvas, non operosa rigat Marcius antra liquor: at Musae comités et carmina cara legenti, et defessa choris Calliopea meis.

55 fortunata, meo si qua est celebrata libello! carmina erunt formae tot monumenta tuae. nam neque pyramidum sumptus ad sidera ducti,

nee Iovis Elei caelum imitata domus, nee Mausolei dives fortuna sepulcri 60 mortis ab extrema condicione vacant.

aut illis flamma aut imber subducet honores,

annorum aut ipso pondere victa ment. at non ingenio quaesitum nomen ab aevo excidet: ingenio stat sine morte decus.

dieren, boomen en rivieren medesleepte en zelfs zijne gemalin Eurvdice uit den Hades terughaalde. Amphion zou dooi- liet spel zijner lvra Thebe met muren omgeven hebben. — 45. Polvpheme: de cycloop Polyphemiis, dien Odvsseus het oog uitbrandde, beminde Galatea, eene nympli, dochter van Nereus en Doris; zij had een heiligdom op de Aetna. Ovid. Metam. XIII, 750 seqq'. — 46. equos, namelijk de zeepaarden, waarop zij reed. — 47. dextro = favente. — 49. Taenariis: van den berg Taenarus in Laconia kwam, volgens Plinius Hist. Nat. IV, 12, een hooggeschatte soort van zwart marmer: vgl. Tib. 111, 3, 43.— 50. auratas trabes, vgl. aanm. bij Lucr. II. '28. — 51. Phaeacas silvas: de tuinen van Aleinous. koning der Phaeaken. droegen de schoonste en edelste vruchtboomen. Hom. Odvss. VII, 112 132. ■ 52. Marcius liquor: Q. Marcius Rex legde eene waterleiding aan van uit een bron in 't gebied van Tibtir (J\I(it>xior rbcog, Strabo 5, -40) naar Rome. liet water" uit deze waterleiding schijnt ook gebruikt te zijn om kunstig nagebootste grotten in de tuinen der aanzienlijken van water te \oorzjen. — Iovis Elei of Olvrnpici, wiens standbeeld Phidias te Olympia had opgericht. — caelum imitata, namelijk door het koepeldak: zoo zegt Dio Cass. LIll. 17, 2 van het Pantheon, dat liet floAoeiSk Sr toj ovoavfp jiQOoéoixsr. ■— 59. Mausolêi: het Mausoleum was het beroemde gedenkteeken, een der zeven wereldwonderen, op het graf van Mausolns, een Carisch vorst, door zijne gemalin Artemisia opgericht. Diod. Sic. 1(>. 36 seqq.

Sluiten