Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

illa quidem interea fama tabescet inani,

10 haec tua ne virtus flat amara tibi, neve tua Medae laetentur caede sagittae, ferreus aurato neu cataphractus equo, neve aliquid de te flendum referatur in urna; sic redeunt, illis qui cecidere locis.

15 ter, quater in casta felix, o Postume, Galla, moribus his alia coniuge dignus eras. quid faciet nullo munita puella timore,

cum sit luxuriae Roma magistra suae? sed securus eas; Gallam non munera vincent, 20 duritiaeque tuae non erit illa memor.

nam quocumque die salvum te fata remittent,

pendebit collo Galla pudica tuo.

Postumus alter erit miranda coniuge TTlixes. non illi longae tot nocuere morae,

25 castra decem annorum et Ciconum manus, Ismaracapta, exustaeque tuae mox, Polypheme, genae, et Circes fraudes, lotosque lierbaeque tenaces, Scyllaque et alternas scissa Charybdis aquas,

ILampeties Ithacis verubus mugisse iuvencos

(paverat hos Phoebo filia Lampetie), et thalamum Aeaeae flentis fugisse puellae, totque hiemis noctes totque natasse dies, nigrantesque domos animarum intrasse silentum, Sirenum surdo remige adisse lacus,

niet in 't land der Parthen, maar in Armenië (hij stroomt uit m ie Caspische Zee, westzijde); doch in 't begin der regeringsjaren van Augustus was Armenië voortdurend een twistappel tusschen de Romeinen en de Parthen en daardoor het tooneel van voortdurende oorlogen. — 9. fama inani: door dezen ijdelen roemrucht) van U zal zij intusschen wegkwijnen, (uit vrees) dat deze uwe dapperheid enzv. — 12. cataphractus: een cataphractus (cpgaoow omgeven, afsluiten, beschermen) was een soldaat met een schubachtig pantser overdekt; ook de paarden waren bij de Parthen somtijds met zulk een pantser voorzien; het auratus bij equus zal hier wel beteekenen, dat het pantser van het paard verguld was. Eene afbeelding naar de zuil van Trajanus geeft Rieh. — 13. aliquid, namelijk: de asch. — 18. Roma: over de losbandigheid in Rome klagen ook andere schrijvers en Propertius zelf: „luxuriae nimium libera facta via est" 3, 13, 4. — 25. Ciconum: de Cicones waren een volk in Thracië: hunne hoofdstad Ismara of Ismarus, Odyss. IX. 39, 40. Deze werd door Odysseus, toen hij van Troia terugkeerde en naar de kust gedreven werd, verwoest. Van daar vertrekkende kwam Odysseus naar 't land der Lothophagen aan de Libysche kust, dan bij de'Cyclopen, wier reus Polvphemus hij het oog uitbrandt. — 27. lotosque: naast den Latijnschén vorm lotus komt dikwijls de Grieksche lotos voor. — 31. Aeaeae puellae, d. i. Circe; de dichter meent

Sluiten