Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nee mea de sterili facta rapina domo. tn, Lepide, et tu, Paide, raeum post fata levamen, condita sunt vestro lumina nostra sinu. 65 vidimus et fratrem sellam geminasse curulem, consule quo facto tempore, rapta soror. filia, tu specimen censurae nata paternae,

fac teneas unum nos imitata virum. et serie fulcite genus: mihi eymba volenti 70 solvitur, aucturis tot mea fata malis. haec est feminei merces extrema triumphi,

laudat ubi emeritum libera fama torum. nunc tibi commendo communia pignora natos: haec cura et cineri spirat inusta meo. 75 fungere maternis vicibus, pater: illa meorum omnis erit collo turba ferenda tuo. oscula cum dederis tua flentibus, adice matris:

tota domus coepit nunc onus esse tuum. et siquid doliturus eris, sine testibus illis, 80 cum venient, siccis oscula falie genis!

sat tibi sint noctes, quas de me, Paule, fatiges, somniaque in faciem reddita saepe meam:

leven genoten; vgl. vs 69. — emerui, ik heb ten volle verdiend; 't woord zelf doet denken aan den krijgsman, die zijnen tijd uitgediend heeft. — vestis honores: ouders in Rome, die drie kinderen hadden, hadden daardoor bijzondere voorrechten (ius liberorum, krachtens de lex lulia). Niet onwaarschijnlijk is het, dat zoo de matronae een bijzonder kleed mochten dragen, wanneer ze zich in het bezit van drie kinderen verheugden. — 62. rapina, a fato sive morte non rapta sum de sterili domo. — 65. fratrem, P. Cornelius Scipio, die in 't jaar 16, 't sterfjaar van Cornelia, consul werd, nadat hij te voren reeds twee curulische ambten had bekleed. — 66. De handschriften hebben: consule quo facto tempore, wat natuurlijk niet goed kan zijn. Waarschijnlijk is tempore eene verklaring, die van den rand in den tekst gekomen is en een ander woord of twee woorden verdreven heeft. — soror is natuurlijk Cornelia zelf. — 67. specimen: Aemilia, de dochter van Cornelia, werd geboren 22 v. Chr., toen haar vader Paulus censor was. — 69. cymba. de boot van Charon. — 70. aucturis: dit vers is corrupt, maar tot dusver nog niet verbeterd. — 72. torum, de handschr. rogum, dat waarschijnlijk als verklaring moest dienen van torus, want torus beteekent huwelijksbed en ook lijkbaar. — 74. spirat, leeft (nog voort in mij daar zij als het ware mijn gebeente), mijne asch (is) ingebrand (mij volgt ook in den dood). — 80. falie: wanneer zij u komen kussen. misleid hen dan door droge wangen te toonen: laat hen dan niet zien, dat gij geweend hebt. — 81. noctes, wanneer niemand merkt, dat gij weent. — fatiges, klagende over mij met moeite kunt doorbrengen.— 82. reddita is eene conjectuur van Graevius en wordt verklaard: data: eene betere emendatie is nog niet gevonden; de codd. hebben credita. —

Sluiten