Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20 et minui rnagnae non sinet Urbis opes: aut, ubi erunt patres in Iulia templa vocati,

de tanto dignis consule rebus aget: aut feret Augusto solitam natoque salutem, deque param noto consulet oficio.

25 tempus ab his vacuum Caesar Grermanicus omne auferet. a magnis hunc colit ille deis. cum tamem a turba rerum requieverit harum,

ad vos mansuetas porriget ille manus, quidque parens ego vester agam, fortasse requiret. 30 talia vos illi reddere verba volo:

„vivit adhuc vitamque tibi debere fatetur,

quam prius a miti Caesare munus habet: te sibi, cum fugeret, memori solet ore referre barbariae tutas exhibuisse vias:

35 sanguine Bistonium quod non tepefecerit ensem, effectum cura pectoris esse tui: addita praeterea vitae quoque multa tuendae

munera, ne proprias attenuaret opes. pro quibus ut meritis referatur gratia, iurat 40 se fore mancipium tempus in omne tuum. nam prius umbrosa carituros arbore montes,

et freta velivolas non habitura rates, fluminaque in fontes cursu reditura supino, gratia quam meriti possit abire tui."

45 haec ubi dixeritis, servet sua dona, rogate. sic fuerit vestrae causa peracta viae.

wat men door verovering in zijn bezit had gekregen en verder van het bezit m het algemeen. Van daar dat bij alle handelingen, waarbij van overdracht van bezit of eigendom sprake was, bij private en publieke \erkoopingen, bij het verpachten van staatsinkomsten enz. een lans in ftpn ghestt0^en ?y.erd- - 2I- Iulia templa: de Curia Iulia, naast

(ten N.O.) het Comitium, was in '29 v. Chr. door Aug. gesteld in de plaats van de vroegere Curia Hostilia, waar de Senaat vergaderde. — ii. ierat .. salutem: de consuls behoorden tot de zoogenoemde „vrienden des keizers , die in den regel iederen morgen bij den keizer hunne opwachting maakten; als raadslieden van de kroon oefenden zij somtijds een met geringen invloed. Omgekeerd konden magistraten den keizer raadplegen. — 25. Caesar Germanicus, de zoon van Drusus, den stiefzoon van Augustus. — 26. a magnis.. deis = post deos; onder de magm dei zijn hier waarschijnlijk Augustus en zijn (stief)zoon Tibenus te verstaan. — 35. Bistonium: de Bistönes woonden op de zuulkust van Thracié, in de omstreken van Abdera. — 43. .Eer keert de Kijn weer naar zijn wellen." Borger.

12*

Sluiten