Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iam dudum coquit et patula peous omne sub ulmo est," unus ait comitum. — „verumne? itane? ocius adsit lmc aliquis! nemon'?" — turgescit vitrea bilis: „findor" — ut Arcadiae pecuaria rudere dicas.

10 iam liber et positis bicolor membrana capillis inque manus chartae nodosaque venit arundo. tune querimur, crassus calamo quod pendeat liuraor, nigra sed infusa vanescat sepia lyrnpha; dilutas querimur geminet quod fistula guttas.

15 o miser inque dies ultra miser, hucine rerum venimus? at cur non potius teneroque columbo et similis regum pueris pappare minutum poscis et iratus mammae lallare recusas? —

„an tali studeam calamo?" — cui verba? quid istas

20 succinis ambages? tibi luditur. effluis amens; contemnere! sonat vitium percussa, maligne respondet viridi non cocta fldelia limo.

plaats aan de zon denkt, krijgt zij hare juiste beteekenis; zoo dudum en sub ulmo est, wat beide op den middag wijst. Niet van een tijd des jaars, maar van een dag is hier sprake. — 7. comitum: tot de comités van een aanzienlijk Romeinsch jongeling behooren in de eerste plaats de praeceptores en paedagogi. — 8. vitrea: glaskleurig, donker, glinsterend, bij Horat.: splendida bilis. De gal werd beschouwd als den toorn te veroorzaken; vgl. verder: atra bilis, fxelayyolLa. — 9. findor: I is om te bersten, om eene beroerte te krijgen: deze woorden schreeuwt hij, alsof men kudden vee in Arcadië hoort brullen. — rudere heeft gewoonlijk de u kort. — 10. bicolor membrana, vgl. Cat. XXII, 0. Het perkament werd met puimsteen goed glad geschuurd om de haren te verwijderen, en dan dikwijls rood gekleurd, terwijl men de witte binnenzijde beschreef. Pennen maakte men van riet. Als inkt (humor vs. 12), gewoonlijk atramentum genoemd, gebruikte men dikwijls sepia (vs. 13), eene bruinzwarte vloeistof, door den inktvisch afgescheiden. — 14. dilutas, verdunde; de inkt vloeit te snel, waardoor vlakken ontstaan. — fistula = arundo (vs. 11) = calamus. — 15. Is het zoover reeds met ons gekomen? vraagt de dichter, dat jonge menschen om zulke kleinigheden zich reeds zóó boos maken? Waarom eischt ge niet liever in uwe prilste jeugd reeds eten dat U aanstaat, en weigert Ge uwe moeder (mamma vs. 18) te praten? m. a. w. Welzeker! 'k zou aan moeders borst alvast maar beginnen zóó te handelen! — 17. p a p pare: pappa (of papa) was niet alleen een woord, waarmede de kinderen hun vader noemden, maar waardoor ze ook te kennen gaven, dat ze eten verlangden. Vandaar ons woord pap, Middelnederl. pappe. Pappare dus: pap eten, eten. — 18. lallare, kahïv, HD. lallen. — 20. effluis: uw naam gaat naar buiten : gij komt in opspraak .' — 21. sonat vitium, vgl. I.ucr. III, 873. Zoo als een aarden pot, die niet goed doorgebakken is, dit verraadt door den toon, wanneer men ertegen klopt, zoo verraadt deze jongeling door zijn gedrag, dat hij er nog ver van af is aan de kinderschoenen ontwassen te zijn. — Welk eene soort van pot de fidelia was, is niet nader bekend; waarschijnlijk een pot met twee ooren, waarin

Sluiten