Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schiedenis der sprekende kunsten en wetenschappen, de geschiedenis der oude kunstwerken met de numismatiek en epigraphiek en de geschiedenis der philologie.1)

De roem van Wolf ten opzichte van de encyclopaedie der philologie is niet weinig overdreven, 't Is waar: hij heeft haar het eerst zich als eene afzonderlijke wetenschap gedacht. Reeds toen hij aan de Universiteit als student zich zou laten inschrijven, verlangde hij als student in de philologie te worden ingeschreven, ofschoon zulk eene faculteit aan de Universiteiten niet bekend was 2) en in Duitschland nog niet bestaat. Maar tot de eenheid en het wezen zijner wetenschap is hij niet doorgedrongen, een juist begrip heeft hij niet verbreid. Ook na hem vatte de een haar op als de wetenschap der Oudheid, een ander als de litterae humaniores of de humaniora3), de wetenschap der beschaving, de Kulturwissenschaft onzer oostelijke naburen, een derde als de wetenschap der taal, de meest populaire opvatting, een vierde als polyhistorie of polymathie, geleerdheid van allerlei aard, maar geen wetenschap.

Eerst August Böckh, een der grootste philologen dezer eeuw, bracht systeem in de verschillende vakken, die tot de philologie behooren. Evenals het werk van zijn leermeester Wolf is ook Böckh's Encyclopaedie und Methodologie der philologischen Wissenschaften eerst na zijnen dood door zijne leerlingen uitgegeven 4), doch zóó dat het geheel als het eigen werk van den meester kan worden beschouwd. In dit werk bezit de philologie eene systematische encyclopaedie, die met de beste encyclopaediën der zusterwetenschappen kan wedijveren.

Böckh meent als het begrip, waaruit de geheele philologie

1) Fr. AujS. Wolf's Encyclopaedie der Philologie herausgegeben von Stockmann, Leipzig 1831, pag. 15.

Böckh in zijne Encyclopaedie, pag. 39, geeft de verdeeling op door Wolf vroeger gegeven in het Museum der Alterthumswissenschaft 1807. Zijne definitie hij Böckh, pag. 40.

®) Hertz. Karl Lachinann, pag. 176. Berlin Hertz 1851. — Bursian. Geschiohte der Klassischen Philologie in Deutschland pag. 517. München und Leipzig 1883.

s) „Humaniora sind demnach: Sprachkenntnisse, historische und philosophische, verbunden mit den Kenntnissen der schonen Künste, besonders de» Beredtsamikedt und Dichtkunst." Wolf. Encycl. der Philol., pag. 5.

4) Door Ernst Bratuscheck, Leipzig Teubner, 1877, 2de druk door Klussmann 1886.

Sluiten