Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijnrecht tegen alle philosophie indruischt; deze beide disciplinae zijn maar al te dikwijls geheel gescheiden.

Tot dusverre is ons derhalve gebleken, dat ten allen tijde door de uitnemendste mannen een zeer nauw verband is gelegd tusschen de philologie en de philosophie zoowel als tusschen de philologie en de historie. Van welken aard dat verband is, öf zoo dat alle drie takken zijn van éénen stam, öf wel zóó dat ééne of twee dezer wetenschappen als een onderdeel van de derde moeten worden beschouwd, die vraag verdient nog nadere overweging. Hare beantwoording zal ons metéén het wezen der philologie doen kennen.

i Intusschen kom ik nu terug op de afleiding en het tegenwoor) dige gebruik van het woord philologie.

Terwijl in de andere samenstellingen op -logia dit laatste deel van het compositum het regeerende is, als astrologie de wetenschap der sterren, theologie de wetenschap van God, physiologie de wetenschap der natuur en dergelijke, is in philologie het laatste deel het geregeerde: de liefde tot den logos, evenals philosophie, de liefde tot de wijsheid; terwijl dus in de andere namen der wetenschappen de logos het subject is, is hier logos het object.

Philologie is de wetenschap van den logos, de wetenschap die den logos tot voorwerp heeft.

Daar logos echter, evenals ons woord rede, tweeërlei hoofdbeteekenis heeft, die van woord en van oordeel, gedachte, rijst wederom de vraag in welke beteekenis logos in philologie het object uitmaakt, en dan moet het antwoord luiden: in die van woord in zijn ruimsten zin genomen. Daarbij echter dient dadelijk de opmerking gemaakt te worden, dat logos in dezen zin nooit van logos in den zin van gedachte, oordeel, rede mag worden losgemaakt; beide zijn te beschouwen als twee zijden van één wezen; het woord de buitenzijde, de gedachte de binnenzijde, wel te onderscheiden, maar nooit te scheiden. De logos als het woord is de uiting van den logos als het zelfbewust, redelijk denkend wezen.

In dien zin is de logos het object van de philologie.

Ook de historie is van het begrip logos uitgegaan, zooals blijkt uit de geschiedenis der Historiographie. Immers de oudste Grieksche geschiedschrijvers worden door Thucydides logographen genoemd.

Sluiten