Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

treden, en die empirisch bestaande talen, die thans de natiën verdeelen"').

Het oorspronkelijke verband tusschen de gedachte en het woord is voor ons veelszins verloren gegaan, ofschoon het bewustzijn nog leeft in ons natuurlijk denken, dat het alzoo behoorde te zijn, dat de naam moest uitspreken het wezen; deze gedachte komt zoo dikwijls in alle tijden en bij de meest verschillende volken voor, dat zij eene algemeen menschelijke moet genoemd worden.s)

Reeds dit verschijnsel alleen postuleert de oorspronkelijke eenheid van de taal en een wezenlijk verband tusschen denken en spreken.

En bestaat nu ook feitelijk die eenheid en dat rechtstreeksche verband niet meer, toch gaan we ook in dezen het veiligst, zoo wij deze, nu ideale, eenheid als uitgangspunt vasthouden en de afwijkingen door het tusschenbeide treden van bijkomstige omstandigheden, die we alle als gevolgen der zonde kunnen beschouwen, trachten te verklaren.

Maar is ons verstand ook verduisterd, het is toch verstand gebleven, en is de taal verminkt en eene onzuivere afspiegeling van de gedachte, toch blijft zij taal en beide samen onze logos; hij is niet omgeslagen in zijn tegendeel. Daarom is de grammatica als wetenschap mogelijk, al komt ze niet tot haar ideaal, het beschrijven van taalwetten, zonder uitzonderingen. Maar we zullen ons wel wachten de wartaal van krankzinnigen voor „grammatisch onberispelijke zinnen" te verklaren, zooals onlangs Dr. Land deed. *)

Evenzoo brengt onze beschouwing van den logos wijziging in den grondslag der hermeneutiek. Terwijl we, wat ons wezen als mensch betreft „één en lotgemeen" zijn, erkennen we, dat de gaven verschillen niet alleen, maar dat ook de bijzondere werkingen van den Logos op de individuen onderscheiden is. Deze eenheid maakt het verstaan mogelijk, terwijl de taak van den hermeneut daarin bestaat het ongelijke, het vreemde of de gewone maat overtreffende door analoga en omschrijvingen uit de gewone sfeer nader te brengen. Daarbij echter hebben we ook

1) Dr. A. Kuyper, Het werk van den Heiligen Geest. I, pag. 185.

5) Zie daarover: Wie denkt das Volk iiber die Sprache? van Dr. Friedrich Polk. Leipzig 1889, pag. 99 en vlg.

3) Inleiding tot de wijsbegeerte, pag. 460.

Sluiten