Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op ons willen maken, maar wij vragen in de eerste plaats naar de mate van betrouwbaarheid der overlevering in het algemeen; want wel zal het antwoord op deze vraag niet beslissen voor ieder overgeleverd werk in het bijzonder, maar het maakt toch natuurlijk een groot verschil of ik mij in een gezelschap van eerlijke lieden bevind en daar eene mededeeling hoor, of in een gezelschap van bedriegers; of ik moet beginnen met mijn vertrouwen te schenken, of wel altijd eerst moet wantrouwen. Wanneer nu de vraag aldus gesteld wordt, dan beweer ik, dat uit den aard en het doel der overlevering, uit de wijze, waarop zij plaats vond en uit het overgeleverde zelf met genoegzame zekerheid blijkt, dat de overlevering in het algemeen zeer betrouwbaar is, zooals ik in 't kort ga aantoonen.

Het is daarbij mijn doel niet U te bewijzen, dat de overlevering betrouwbaar is; immers op die onderstelling is de philologie gebouwd, daarvan gaat zij uit als van zelf sprekende. Ik wil alleen enkele punten in 't licht stellen om voor het discursieve denken aanschouwelijk te maken, wat het intuïtieve als van zelf sprekende opvat.

Dat dus de overlevering in het algemeen zeer betrouwbaar is blijkt:

lo. Uit den (aardden het ^oeljder overlevering. De schrifteüjke overlevering "diende ornniét gesprokene woord duurzaam te maken, om aan de gedachten eene vaste en betrouwbare uitdrukking te geven; vandaar geschreven wetten, geschreven T^£ht, er is geschreven en dergelijke spreekwijzen bij de oude volken, die alle de vastheid en betrouwbaarheid van het geschrevene aanduiden. De ouden zelf beschouwden dan ook wel degelijk de schriftelijke overlevering als betrouwbaar en hoe zouden ze anders hebben kunnen doen? Wanneer aan haar vertrouwen moest worden ontzegd, dan ware eene beschaafde maatschappij onmogelijk geweest, dan had van wetenschap geen sprake kunnen wezen, dan ware de wereldgeschiedenis eerst in de 15de eeuw na Chr. begonnen. Hoe zouden geschiedschrijvers hunne oude bronnen, juristen de oude wetten, grammatici oude dichters en prozaschrijvers hebben kunnen gebruiken voor hun doel, wanneer de schriftelijke overlevering niet als betrouwbaar [ware beschouwd en betrouwbaar niet alleen wat de beschreven zaken, maar ook wat de afzonHerlnke woorden en~hunne rangschikking betreft? Stelt U de werkzaamheid van eenen Aristo-

Sluiten