Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar was er eens een Jood, een wereldsche Jood,1) die de besnijdenis niet noodig oordeelde, daar men ook buiten haar wel God kon vreezen.5) Hij leefde nog vóór onze jaartelling en was kuisch en vroom. Als andere Joden verwachtte hij den Messias, die volgens Daniël eenmaal op de wolken komen zoude,3) en schreef voor zijne leerlingen en de geloovigen een boek om hun geloof te versterken, hunne hoop vast te maken en hen tot lijdzaamheid aan te sporen. *) Eene eeuw, misschien wel twee eeuwen, later leefde er ook een Christen, een bisschop: Paulus was zijn naam.6) 't Was een goede bloed, maar wat onnoozel;") wat hij schreef was niet zelden onzin;') zijn zedeleer bleef laag bij den grond,®) en zijne daden waren niet beter; zich toe te eigenen wat eens anders was vond hij wel gemakkelijk. *) Nu gebeurde het eens, dat deze stakkerd in een kerkelijk conflict kwam. Daar was er namelijk een kerk, die haar plicht verzuimd had. Onze bisschop moest deze kerk hare ondankbaarheid verwijten en, hoewel tegen zijn zin en eenigszins gedwongen, zichzelven verdedigen.10) Dat ging echter moeilijk! Hoe zou hij een brief bij elkaar krijgen? ") Daar valt hem gelukkig het boekje van den Jood in de handen. Dat was eene uitkomst, dat kon hij gebruiken. Hij neemt het, werkt het over door er eene inleiding voor te schrijven, en hier en daar wat aan toe te voegen, ofschoon zijne

*) p. 18: „Erat Hber quein Judaeus mundanus de illo hominum genere quos ex Josepho cognovimus, scripserat olim ad fideles ac certe ante initium huius aerae."

2) P- 11: -Xfti. ntQno/iijs rö &tïov Gtfltiv".

3) p. 18: „perseveranter exspectare Messiam, qui secundum Danielem supra nulbes aliquando proditurus erat et caste pieque vivere...."

4) p. 18: „sibi proposuerat, oorroborare fidem, coafirmare spem, adhortari ad patientiam."

6) p. 19: „Hoe igitur opusculum Paulus Episcopus, qui numquam ipse tale quid elaborare potuerat, tfifOxtiSaOtv

•) p. 20: „viri boni quidem ac venerabilis, sed qui minime norat meritis quaesitam superbiam".

7) p. 20: „sunt sensu carentia verba".

') p. 20: „ethica humi repens".

•) p. 19: „percoinniodum ei erat in suos usus convertere verba auctoritatis plena",

10) p. 19: „quo tempore ipse coactus ac propemodum invitus se ipsuim defendere debabat et ingratum animum exprobare Ecclesiae cuidam, quae officium neglexerat."

") p. 19: „de suo quae depromere poterat, parum erat."

Sluiten