Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET WOORD, ZIJN OORSPRONG EN ZIJNE UITLEGGING (1908).

De Taal aan band! en hoe? Van die geen taal verstaat, en wien de schrijffiguur voor klank en reden gaat!

Bilderdijk XIV, 230.

De opvatting van spraak en taal is door de wetenschappelijke onderzoekingen, in het bijzonder der laatste vijftig jaren, belangrijk veranderd, en dat niet alleen in ondergeschikte en formeele punten, maar in haar wezen zelf. Ik geloof dat wij ons over die verandering moeten verblijden, als over het verlaten van een doolpad en het terugkomen op den rechten weg. Bedrieg ik mij niet, dan komt de tegenwoordige opvatting meer overeen met het wezen der taal als hoorbare en ook zichtbare openbaring van het geestesleven, dan de vroegere; is zij meer in overeenstemming met wat de natuur in ervaring en denken ons leert en met de doorjoopende grondgedachte der Heilige Schrift, betreffende het wezen en den aard van het woord.

Wie de geschiedenis der taalwetenschap nagaat*) merkt reeds bij haren oorsprong een fout, waarvan de gevolgen nog steeds blijven nawerken. De grammatica ontstond bij de Grieken in den tijd, toen het geschreven woord van vroeger eeuwen, van geslacht tot geslacht overgeleverd, begon te verouderen, niet meer als levende spraak werd verstaan en daarom nadenken en onderzoek ter verklaring noodig had. Dit karakter, dat zij in de eerste en eigenlijke plaats het geschreven, zichtbare woord tot voorwerp had en eerst in verband daarmede het gesproken en gehoorde woord, heeft de taalwetenschap tot haar schade meer dan tweeduizend jaar bewaard. Daardoor was zij in eene mechanische richting geleid, die er hoe langer zoo meer toe bracht, de geschreven woorden, ieder afzonderlijk en dan eerst in hunne

') Vgl. Dr, H. Steiothal. Geschichte der Sprachwissenschaft bei den Griechen umd Römera. Berlin 1863; 2de druk 1891.

Sluiten