Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat de spreker uiten wil van hetgeen in zijne ziel omgaat1).

Die functies van het woord openbaren zich het volledigst en het duidelijkst in den gesproken zin, wijl zij daar uitdrukking vinden niet alleen in de klanken op zich zelf, maar in de stembuiging, in het gelaat, in 't bijzonder in de oogen en de gebaren.

Wilt Ge U verschillende functies van hetzelfde woord voorstellen, denkt dan — om de uiterste termen van eene reeks te noemen — aan een kind, dat voor den onderwijzer eenlettergrepige woorden moet noemen en zegt: dorst. Men kan niet zeggen, dat het woord in dit verband geen functie heeft, dat hel slechts om den eenlettergrepigen vorm te doen was, want men zou dan voorbijzien dat een woord, niet slechts een klank of klanken, gevraagd was. Maar de inhoud van het woord, de beteekenis, blijft in dit geval geheel buiten de ziel van het kind. Denkt u verder datzelfde kind, wanneer het, te bed liggende, door brandende koorts gekweld, tot zijn moeder roept: dorst en dan in dat ééne woord uitstort, wat zijn gansche ziel denkend, voelend, willend, beweegt. —

Wanneer men spreekt over den oorsprong van het woord, kan men daarmede bedoelen, zooals ik reeds zeide, den oorsprong van de spraak bij den eersten mensch of ook het ontstaan van het woord in de ziel van den mensch, zooals hij thans leeft, te midden van zijn volk. De oorsprong van de spraak in den eersten zin kan natuurlijk, op min of meer deugdelijke gronden, slechts vermoed worden. Om dien oorsprong na te gaan heeft men de ontwikkeling der spraak bij het kind tot voorwerp van studie gemaakt. Terecht merkt Wundt echter op, dat men daarmede niet veel verder komt, omdat de sprekende omgeving van het kind op de ontwikkeling van zijn taal zulk een overwegenden invloed heeft. Toch blijkt reeds uit de taal van nog zeer jonge kinderen, b.v. van 2 a 3 jaar, dat zij niet slechts naspreken, maar dat de woorden voor hen symbolen van voorstellingen of gedachten zijn, die zij min of meer zelfstandig gebruiken. Een kind van dien leeftijd kan reeds woorden, die geen zinnelijke voorstellingen, maar eene logische gedachte weergeven, zooals toch, waarom, eigenlijk, op juiste wijze gebruiken en dat in velerlei schikking en verband. Klaarblijkelijk is de gedachte of voorstelling, reeds aanwezig, vóór het woord als symbool bekend

') Vgl. „Die verschiedenen Fumktionen des Worts" van H. Schwarz in Zcitschrift fjir Philosophie und philosophische Kritik; April 1908, blz. 152—163.

Sluiten