Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is. Dit volgt ook hieruit, dat een kind, 't welk bijv. tot zijn vijfde jaar Nederlandsch heeft gesproken, maar daarna in eene geheel Fransche omgeving wordt overgebracht, binnen zeer korten tijd Fransch spreekt en zijne moedertaal zoo goed als geheel vergeet. Het vertaalt niet en het begint evenmin zijne geestesontwikkeling in de vreemde taal opnieuw, maar gebruikt die vreemde taal om uit te drukken, wat het tot dusver door middel van zijne moedertaal heeft uitgedrukt, daarbij de woorden losmakende van den inhoud van zijn denken.

Deze oorsprong van de spraak moet in de eerste plaats gezocht worden in de menschelijke ziel (in onderscheiding van de dierenziel), in haar wezen en hare krachten. Uit gewaarwordingen en voorstellingen op zich zelf kan men den oorsprong der taal onmogelijk verklaren. De menschelijke ziel heeft eene fundamenteele en oorspronkelijke kracht: door het haar eigen bewustzijn weet zij zich onderscheiden van hare gewaarwordingen en voorstellingen, erkent zij een voorwerpelijk bestaan als werkelijkheid buiten zich, is zij zich zelve daartegenover bewust. Deze acte der ziel, waardoor zij zich stelt tegenover het voorwerpelijke en dit als zoodanig erkent, wordt door verschillende namen aangeduid: de een noemt haar apperceptie, de ander „die Forderungen des Gegenstandes", door welken naam zij dus van den kant van het voorwerp genoemd wordt, een derde adhaesie of beaming, dus van de zijde van het subject. Maar welken naam men ook verkiest, met Van Ginneken1) meen ik dat men deze kracht in rekening moet brengen als psychische oorzaak van de taal! Ik zou zelfs verder gaan en zeggen dat zij is de psychische oorzaak. Door haar toch bestaat de behoefte aan uiting en mededeeling, die het wezen der taal uitmaakt.

Met den oorsprong van het woord kan men ook bedoelen het eerste ontstaan van het woord in de ziel van hem, die spreekt te midden van zijn volk, zeide ik. Men heeft ter verklaring van den oorsprong van het woord in dezen zin de wetten der voorstellings- en woordverbindingen, der associaties, ter hulp geroepen; deze verklaring werpt echter slechts eenig en dan nog zwak licht op sommige verschijnselen in het psychische leven, die inderdaad een mechanisch karakter vertoonen; maar zij reikt in de verte niet tot aan den oorsprong van het woord en het wezen zelf van den geest; zij begeeft, waar deze als willend,

') Principes de Linguistique psyohologique blz. 55 en vlgg.

Sluiten