Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus niet juist, de veelgeroemde trias van denzelfden dichter: „gevoel, verbeelding, heldenmoed" als inhoud van „de gaaf der poëzy"1). Gevoel, een fijn en diep gevoel, is zeker de grond van des dichters gaven, maar leeraar der waarheid is hij niet door het gevoel. Het intuïtieve kennen is nog iets anders dan gevoelen.

De dichter ziet klaarder en dieper en sneller dan een gewoon sterveling het ideëele in het zinlijk-reëele; daardoor ziet hij ook sneller en overvloediger analogieën, overeenkomst van ideeën in verschillende dingen. Daar voorts zijn gevoel rijk ontwikkeld is en dat gevoel door het plastische schoon wordt aangegrepen, brengt hij ook de ideeën, die niet in zinnelijke vormen hare uitdrukking hebben verkregen, over in analoge ideeën, uit de zinnelijke wereld in zijne ziel opgenomen. Dat zelfde gevoel leidt hem om onder verschillende analogieën, de meest plastische, de edelste en de rijkste van inhoud te kiezen.

Wanneer Mozes, in zijn verheven afscheidslied, wil uitdrukken, hoe de onzienlijke God zijn volk Israël, van de ure af, toen het als vrije natie kon optreden, met teedere zorg heeft geleid, opdat het zou leeren zelfstandig te handelen, kan hij uit de zichtbare wereld meer dan één beeld nemen: dat van eene moeder, die haar kind aan de hand leert gaan, of van den vader, die zijn zoon door voorbeeld en aanmoediging onderricht; maar geen dezer analogieën is hem rijk genoeg van inhoud en verheven genoeg van indruk, om Jehova's leiding uit te beelden. Op eene hemelhooge rots in de woestijn of in het land van Edom heeft hij een eenzamen arend zien zweven boven zijn nest, heeft hij waargenomen, hoe dat koninklijke dier met liefdevolle zorg zijne jongen lokte om het beschermende nest te verlaten, hun hulp verleende door ze op te nemen en te dragen op zijne vleugelen. In dat zichtbare doen van den arend zag hij de idee der teedere vaderlijke leiding, en thans, nu hij de opvoedende zorg van den onzienlijken Jehova voor zijn onmondig volk wil uitbeelden, komt dat verheven gezicht hem voor den geest en hij zingt:

„des Heeren deel is zijn volk,

Jakob is het snoer zijner erve.

Hij vond hem in een land der woestijn,

') I pag. 277.

Sluiten