Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij verstaan het daarom, wanneer Spinoza realiteit en zijn identifieert*); wanneer men spreekt van eene realiteit in de gedachte2), en ter onderscheiding daarvan van eene concrete realiteit3); de res wordt een aliquid, een n, een iets; de eenige tegenstelling is het niet zijn, het niets.

Realiteit bezitten derhalve niet alleen wat wij stoffelijke dingen noemen, maar evenzeer de onstoffelijke; realiteit bezitten ook de eigenschappen der dingen, realiteit bezit niet alleen de geest, maar ook de gedachte. Kant zegt volkomen terecht, dat Plato wel wist, dat de menschelijke rede zich tot eene kennis kan verheffen, die veel verder gaat, dan dat eenig voorwerp, dat de ervaring geven kan, ooit daarmede zou kunnen congrueeren, die echter niettemin hare realiteit bezit.')

Is dan alles gelijk en eenerlei wat wij ideëel noemen en wat wij reëel heeten, een stoffelijk ding en een geest, eene werking van een stoffelijk ding en eene gedachte? De vraag zelf geeft reeds het antwoord. Wie van gelijk-zijn spreekt, stelt niet alleen een zijn, maar een hoe-zijn, eene wijze van zijn; hij voegt dus aan het begrip zijn, een ander begrip toe; maar wie alleen van het zijn spreekt, ontkent daarmede in geenen deele dat andere begrip.

Er is inderdaad velerlei realiteit, velerlei zijn, en er is een maat van realiteit, van zijn.

Niet slechts vele realiteiten zijn er, maar velerlei; niet alleen die van den geest en van de stof, maar tusschen de stoffelijke dingen onderling en de geestelijke dingen onderling bestaan verschillende verhoudingen en werkingen, die, omdat ze met dezelfde

) Ethices pars I propos. IX: „quo plus realitatis aut esse unaquaeque ris habet, eo plura attributa ipsi competunt."

2) bijv. bij Milhaud, La certituide logique pag. 200.

3) ibid., p. 215.

4) Kr. der rein. Vern. pag. 104 Kirchm.. Ook Spintza stelt terecht de cogitationes onder de res, Ethices I( def. II, ofschoon hij het begrip res niet definieert. Berkeley zegt: „ding of wat is, is de algemeenste van alle namen; daaronder vallen twee geheel van elkander verschillende en heterogene klassen, die niets met elkander gemeen hebben, namelijk geesten en ideeën. Principles cap. LXXXIX. De ideeën zijn voor hem, wat wij gewoon zijn de materieele dingen te noemen; hij definieert ze als: trage, vergankelijke, afhankelijke dingen, die niet op zich zelf bestaan, maar gedragen zijn door of bestaan in geesten of geestelijke zelfstandigheden; zij heeten werkelijke dingen. Cap. XXXIII.

Sluiten