Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Welnu, die harmonie, dat parallelisme bestaat. De mensch is geschapen naar het beeld Gods, die door den eeuwigen Logos de dingen in al hunne verhoudingen schiep; 't is diezelfde Logos, dat goddelijke Woord, waardoor alles wat is, gedragen wordt en die verlicht een iegelijk mensch komende in de wereld. Maar dat licht, dat schijnt in de duisternis, wordt door haar niet begrepen. *) Wat zóó duidelijk is, dat men het zich als een postulaat kan voorstellen, het wordt toch verworpen; men blijft liever in de duisternis.

Wat voor de wetenschap postulaat is, dat verstaan wij door het geloof; ook dit, „dat de wereld door het Woord Gods is toebereid, alzoo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen die gezien worden"2).

God schiep naar Zijne idee de doode materie, doch het was ook eene scheppingsdaad waardoor Hij uit de stof naar Zijne idee de organische, levende wezens liet voortkomen.

Maar de philosophie kent geenen Schepper, zegt bijv. Max Müller; zeker, maar het is de philosophie dergenen, die geenen Schepper willen erkennen. Zij hebben geen enkel feit kunnen aanvoeren, waaruit zou blijken, dat het leven uit de doode stof voortkomt, waaruit dus de waarheid van de hypothese der generatio aequivoca kan geconstateerd worden. Hoort nu prof. Virchow: „Freilich kennt man keine einzige positive Thatsache, welche darthate, dass je eine generatio aequivoca stattgefunden hat, dass je eine Urzeugung in der Weise geschehen ist, dass unorganische Massen, also etwa die Gesellschaft Kohlenstoff und Cie, jemals freiwillig sich zu organischen Massen entwickelt hatten. Nichts destoweniger gestehe ich zu, dass, wenn man sich eine Vorstellung machen will, wie das erste Wesen von selbst hatte entstehen können, nichts weiter übrig bleibt, als auf Urzeugung zurückzugehen. Das ist klar! Wenn ich eine Schöpfungstheorie nicht annehmen will, wenn ich nicht glauben will, dass es einen besondern Schöpfer gegeben hat, der den Erdenkloss genommen und ihm den lebendigen Odem eingeblasen hat, wenn ich mir einen Vers machen will auf meine Weise, so muss

ich ihn machen im Sinne der generatio aequivoca Aber

einen thatsachlichen Beweis dafür besitzen wir nicht. Kein

*) Joh. 1 : 9 en 5.

5) Hebr. 11:3. Vigl. blz. 229.

Sluiten