Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deezen eisch van de hand, voor reden gevende, dat bet inneemen van Bezetting met 's Volks Voorregtan, en Vryheden strydig was. Dit gaf aanleiding dat de Stad, na dat men de onderhandeling tot verdrag met haar listig afgebiooLen hadt, op den veertienden van Wintermaand voor wederspannig en vyandisch verklaard werdt 1). Deeze verklaring geschiedde met een Plakaat, 't welk den Gereformeerden te last leij: Dat ze zig in hun Nagtmaal onder eede vei bonden de Katholyken by alle mogelyke middelen te vervolgen en te beschadigen, ook zouden hunne Kerkdienaars in de Predikatiën hebben derven zeggen, dat hun Consistorie niet verbonden was den Koning of de Wethouderen der Stad gehoorzaam te zyn. Doch deeze en andere betigtingen wierden in hunne verantwoording, die zy kort daar na uitgaven, met hooge woorden en bondige redenen ontkent 2). De Stad ondertusschen op last van de Landvoogdesse, door den Heer van Noirkarmes belegert zynde, bevond, dat van de verbonde Edelen daar ze hulp van verzogt en verwagt had, niets ter hand genomen werdt 3). Uit Westvlaanderen kwam wel een hoop waaghalzen op de been; maar dit volk van geen bekwame hoofden voorzien, nog met geen vereischte ernst en orde te werk gaande, vergat zig met de Monniken en Paapen te plagen, Kerken en Kloosters te plunderen, tot dat hen de Heer van Raffingen met zyn Krygsvolk overviel, eenige om hals en de overige op de vlugt bragt 4). Die van Doornik hun ten getale van drieduizend Mannen te hulp getogen, onder t beleid van eenen Jan Soreau, wierden door Noirkarmes tot Lanou geslagen 5). Valenchyn werdt dan eindelyk dooiden Heei van Noirkarmes op den drieëntwintigsten van

1) Bor, III. Bock, bl. 134, 135. [95], Meteren, II. Boek, bl. 47 Vers.

2) Bor, III. Boek, bl. 136—141. ^96 99).

3) Bor, III. Boek, bl. 141, 142. [100 .

4) Hooft, III. Boek, bl. 127. Bor, III. Boek, bl. 142. [100]. Meteren, II. Boek, bl. 49.

°) Hooft. III. Boek, bl. 127. Bor, III. Boek, bl. 142.

Sluiten