Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dere gelegentheid krygende , om voor zijn ziekelyke Vrouwe en zes kleine kinderen de kost te winneu, den Wethouderen bedankte, en zig zedert met disteleeren geneerde 1).

Op Koolhaas volgde Herman Herberts van Grol 2), eerst Monnik in 't Pausdom geweest, daarna Predikant onder de Lutherschen, en eindelyk in 't begin der Hervorming tot den Predikdienst in deeze Landen, in de Kerk te Nederwezel, als Gereformeert Predikant beroepen. In 't Jaar 1579. kwam hy te Dordrecht, daar hy wel ras te kennen gaf, dat hy nog niet geheel van 't Pausdom gezuiveit was, en daarenboven andere vreemde gevoelens smeedde. Eerst liet hy na, het verklaren van de Katecliismus, en wilde geen Belydenis-preek voor het Avondmaal doen, maar preekte een vrye text, met hooge woorden betuigende, dat hy zulks duizendmaal beeter agtte. Gevraagt zynde in den Jaare 1582. wat hem in de Katechismus tegen stondt, verklaarde hy zig opentlyk voor de volmaaktheid der Heiligen in dit leeven, als hy zyn Reden voerde over Phil. IV. 13. met byvoeging, dat 'er wel waren die zulke Leer niet geern hoorden, maar dat het gezeid moe^t worden, al zou daar twist en stryd om vallen 3). Vermoedelyk had hy deeze gevoelens geschept uit de Schriften van Dirk Volkaarts Koornhert, die omtrent deezen tyd een boek schreef tegen den Nederlandschen Katechismus, met den titel van Proeve, 't geen hy aan de Staten van Hollar.d, die 'tals ontydig, mishaagde, opdroeg. In den opdragt van dit boek wierden de Staten onder anderen te gemoet gevoert, «lat de Kerkdienaren hunnen Katechismus niet konden verschoonen van veele leelyke vlekken en vuile onzuiverheeden ; inzonderheid wreef hy den Katechismus aan, dat 'er te onregt in geleerd werdt; eerst, dat het onmogelyk is't gebod der liefde tot God en den naasten volkomentlyk te houden: Ten tweeden, dat wy van natuure geneigt zyn, om God

1) Verhaal van K. Koolhaes by Brand, XIII. Boek, bl. 675.

2) Act. Syn. Nat. Dordt. in de Voorr. Baadartins Mem. I. Deel, bl. I.

3) Trigland, Kerk. Hist. III. Deel, bl. 213.

Sluiten