Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en den naasten te haaten 1). Voorts maakte Herberts geen onderscheid tusschen het Wezentlyke Woord, daar Johannes van spreekt, en het geschreeve Woord van God. Dreef de weezentlyke inwoning van Christus in de gelovige, en dat de Mensch geregtvaerdigt werdt om de werken des Geloofs en des Geests; ook liet hy herdrukken, het gruwelyk wonderboek van David Joris, en stemde in met de Leer vau Joris en Hendrik Niklaas, Vader van het zogenoemde Huis der liefde, die hy boven Aiozes en Kristus verhief. Zyn handelingen liepen zo grof, dat de Magistraat van Dordrecht, na raadvraaging aan den Kerkenraad, dit vonnis velde, «dat hy bevonden zynde in eenige punten des Geloofs van «een ander gevoelen, als de Leer der Gereformeerde Kerken «medebragt, die by den Prins en de Staten van den Lande •taangenomen was; en waar in geene verandering, zonder «voorweeten der Kerke mogte gemaakt worden, daarom van «zyn Kerkdienst te Dort wierd afgezet en ontslagen, en hem «toegestaan uit de Stad te vertrekken, op andere plaatsen «laar hy zulks zou te raden vinden.» Toen is hy in 't valhn van den Zomer, in den dienst der Kerke te Gouda getreden, doch de Klassis bleef weigerende hem voor een medelit te erkennen , zo lang hy geen behoorlyk getuigschrift van zyn laatste Klassis en Kerk. mede bragt 2). I oen gedrongen zynde, erkende hy, na veel moeite tegen de Hervormde Kerk, misdaan te hebben, dog weigerde plat uit, de Leer van David Joris en Hendrik Niklaas te verwerpen. De Reden , die Predikanten aandreef zulks te vorderen, was, dat hy spreekwijzen gebruikte, waar uit zy met reden mogten besluiten, dat hy met deeze vuile gevoelens besmet was. De Kerkenraad van Dordrecht, weigerde hem 't gebruik van des Heeren Avondmaal, tot dat zyn zaak by de Sinode afgedaan zou zyn. Als nu de Sinode in Zomermaand des Jaars 1583, in den Hage gehouden werdt, weigerdde Herberts , schoon gedaagt en gebeden zynde, aldaar te verschij-

1) Bor, XVIII. Boek, bl. 404. [35]. Brand, XIII. Boek, bl. 693. enz.

2) Trigland, III. Deel, bi. 214.

Sluiten